Civiel recht overig

Vordering tot ontbinding huurovereenkomst wordt afgewezen. Huurder heeft afval op een aangrenzend, niet door…

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 29 september 2026

Zaakgegevens

Op 29 september 2026 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
29 september 2026
Datum publicatie
30 oktober 2026
Zaaknummer
SXM202600036
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:OGEAM:2026:140
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vordering tot ontbinding huurovereenkomst wordt afgewezen. Huurder heeft afval op een aangrenzend, niet door haar gehuurd, perceel gestort. Voor zover er al sprake is geweest van verzuim, is deze dusdanig beperkt geweest dat dit ontbinding van de huurovereenkomst niet rechtvaardigt.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM202600036

Vonnis van: 29 september 2026

in de zaak van

[eiser],

wonend in Sint Maarten,

eiser,

gemachtigde: mr. R.E. Duncan,

tegen

1 [gedaagde],

wonend in Sint Maarten,

2. de naamloze vennootschap

[naam N.V.].,

gevestigd in Sint Maarten,

gedaagden,

gemachtigde: mr. B. Brooks.

Partijen zullen hierna [eiser], [gedaagde] en [N.V.] worden genoemd.

De zaak in het kort

Vordering tot ontbinding huurovereenkomst wordt afgewezen. Huurder heeft afval op een aangrenzend, niet door haar gehuurd, perceel gestort. Voor zover er al sprake is geweest van verzuim, is deze dusdanig beperkt geweest dat dit ontbinding van de huurovereenkomst niet rechtvaardigt.

The case in brief

The claim for termination of the lease agreement is dismissed. The tenant dumped waste on an adjacent lot that she did not lease. Even if there was a breach, it was so minor that it does not justify termination of the lease agreement.

1 De procedure

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

  • het verzoekschrift, dat op 12 januari 2026 is ingediend;

  • de conclusie van antwoord;

  • de mondelinge behandeling op 20 augustus 2026.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft op 20 augustus 2026 plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat tijdens de zitting is verklaard. De gemachtigden hebben gebruikgemaakt van pleitnotities, die zij aan het Gerecht hebben overgelegd.

1.3.

De datum van het vonnis is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1. [

eiser] als verhuurder enerzijds, en [N.V.] en/of [gedaagde] als huurder(s) anderzijds zijn met elkaar een schriftelijke huurovereenkomst aangegaan voor een perceel grond voor het parkeren van heavy equipment en het stallen van twee containers.

2.2.

Op enig moment heeft [N.V.] afval gestort op een perceel van [eiser] aangrenzend aan het gehuurde perceel.

2.3. [

eiser] heeft [N.V.] bij brieven van 8 september 2025 en 16 oktober 2025 gesommeerd het afval te verwijderen. Deze brieven zijn gericht aan het in het handelsregister vermelde adres van de statutair directeur van [N.V.], namelijk aan [adres]. Dit is een oud adres. De statutair directeur heeft verzuimd haar nieuwe adres door te geven voor een aanpassing in het handelsregister.

2.4.

Het verzoekschrift in deze procedure is door de deurwaarder betekend op het juiste, in het handelsregister geregistreerde, adres van [N.V.].

2.5.

Direct daarna heeft [N.V.] het afval verwijderd.

3 De vordering

3.1. [

eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

A. ontbinding van de huurovereenkomst met onmiddellijke ingang, althans de huurovereenkomst ontbonden te verklaren;

B. veroordeling van gedaagden om binnen drie dagen na het uitspreken van het vonnis, alle afval en derelicte goederen te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van een dwangsom van USD 1.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat gedaagden, afzonderlijk en gezamenlijk, in gebreke blijven om aan het gegeven bevel te voldoen;

C. veroordeling van gedaagden, gezamenlijk en afzonderlijk, om aan eiser te betalen de geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente tot de dag van algehele betaling;

D. veroordeling van gedaagden, gezamenlijk en afzonderlijk, om aan eiser te betalen de buitengerechtelijke (incasso)kosten, althans zodanig bedrag dat het Gerecht in goede justitie, op basis van het vigerende procesreglement, zal bepalen;

E. veroordeling van gedaagden in de kosten en rente rechtens.

3.2. [

eiser] legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag. Gedaagden gebruiken het gehuurde niet als bedongen, althans gebruiken zij een aangrenzend perceel van [eiser], dat niet aan hen wordt verhuurd, voor het storten van allerlei afval. Daarmee gedragen zij zich niet als een goed huurder waartoe zij als huurders zijn verplicht. Bovendien handelen zij daarmee onrechtmatig jegens [eiser]. Op 8 september 2025 en 16 oktober 2025 zijn gedaagden aangemaand en gesommeerd om het afval te verwijderen. Zij hebben niet aan de sommaties voldaan.

3.3. [

gedaagde] en [N.V.] voeren verweer. [gedaagde] is bij de overeenkomst geen partij. Hij heeft de huurovereenkomst slechts ondertekend als vertegenwoordiger van [N.V.]. De vorderingen jegens [gedaagde] dienen dan ook te worden afgewezen. Het afval op het perceel is nu verwijderd. Het lag niet op het door hen gehuurde perceel, maar op een aangrenzend perceel van [eiser]. Het aan hen verweten storten van afval heeft dan ook geen betrekking op de huurovereenkomst en kan dan ook geen tekortschieten in de nakoming daarvan impliceren. Bovendien was het op verzoek van [eiser] zelf, dat [N.V.] het afval op dat aangrenzende perceel heeft gestort. [eiser] wilde daarmee bereiken dat onbevoegden niet langer van dat perceel gebruik zouden maken voor het parkeren van auto’s en/of bussen. [N.V.] heeft de sommaties van [eiser] niet ontvangen. Deze zijn naar een oud adres van de statutair directeur van [N.V.] gezonden. Pas door het verzoekschrift, dat wel aan het oude adres is betekend, maar door de deurwaarder op het actuele adres van [N.V.] is achtergelaten, is [N.V.] bekend geworden met de wens van [eiser] om het afval verwijderd te hebben. Aan die wens heeft [N.V.] direct daarna gevolg gegeven. Het afval heeft zij verwijderd.

3.4.

Bij de beoordeling zal het Gerecht, voor zover van belang, op de stellingen van partijen nader ingaan.

4 De beoordeling

4.1.

De huurovereenkomst is, zoals daarin vermeld, aan huurderzijde aangegaan door “[gedaagde] of [naam N.V.]” waarbij de “of” moet worden gelezen als een “van” omdat het om een overeenkomst in het Engels gaat. Uit deze bewoordingen volgt dat [gedaagde] de huurovereenkomst namens [N.V.] heeft ondertekend en niet uit eigen hoofde. De vorderingen worden dan ook afgewezen voor zover deze tegen [gedaagde] zijn ingesteld.

4.2. [

eiser] stelt, voor zover dit gelet op het bovenstaande nog van belang is, dat [N.V.] is tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst omdat zij op een aangrenzend perceel van [eiser] afval heeft gestort. Aan sommaties van [eiser] om dit afval op te ruimen, heeft [N.V.] geen gehoor gegeven. Reden waarom zij de overeenkomst heeft mogen ontbinden of reden moet geven voor een gerechtelijke ontbinding. [N.V.] betwist echter de sommaties te hebben ontvangen. De sommaties zijn naar een oud adres van haar statutair directeur gezonden. Naar het oordeel van het Gerecht komt dat voor haar risico. [eiser] mocht uitgaan van het in het handelsregister vermelde adres. Formeel heeft hij de sommaties dan ook naar het juiste adres gezonden. Nu [N.V.] aan de sommaties geen gehoor heeft gegeven, is zij terzake de door [eiser] gestelde tekortkomingen in verzuim gekomen, althans ervan uitgaande dat het storten door [N.V.] van afval op het aangrenzende, niet door haar gehuurde, perceel als een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst moet worden aangemerkt. Of dat laatste het geval is kan echter in het midden blijven. Als al van een tekortkoming wordt uitgegaan is deze namelijk van zodanig beperkte ernst en omvang dat deze de ontbinding van de huurovereenkomst en de gevolgen daarvan niet rechtvaardigt. Dit geldt te meer nu [N.V.] direct nadat zij door de betekening van het verzoekschrift in deze procedure (bewijsbaar) bekend werd met de wens van [eiser] om het afval verwijderd te hebben, direct tot verwijdering daarvan is overgegaan. De vordering tot ontbinding zal daarom worden afgewezen. Uit het voorgaande volgt tevens dat de vorderingen tot een bevel tot verwijdering en schadevergoeding worden afgewezen.

4.3. [

eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het Gerecht wijst deze vordering toe. [eiser] heeft buitengerechtelijke werkzaamheden verricht om [N.V.] te bereiken en te sommeren het afval te verwijderen. De eerdere sommatiebrieven zijn per deurwaardersexploot naar het in het handelsregister vermelde adres van de statutair directeur van [N.V.] gestuurd. Dit adres is een oud adres, hetgeen voor rekening van [N.V.] komt. De buitengerechtelijke werkzaamheden, bestaande uit de verzending van sommaties aan dit adres zijn formeel op de juiste wijze uitgevoerd. Het Gerecht bepaalt de buitengerechtelijke incassokosten forfaitair, overeenkomstig het Procesreglement op Cg 1.875,00

(1,5 punt x tarief 5).

4.4.

Hoewel de meeste vorderingen van [eiser] worden afgewezen, wordt [N.V.] in de proceskosten veroordeeld. [eiser] heeft deze procedure moeten starten om [N.V.] tot verwijdering van het afval te bewegen. Deze procedure en de daarin gemaakte kosten zijn dus niet onnodig gemaakt. De kosten worden aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op Cg. 450,00 voor het griffierecht, Cg 249,50 voor het betekeningsexploot en Cg 1.250,00 (1 punt x tarief 5) aan salaris gemachtigde.

5 De beslissing

Het Gerecht:

5.1.

veroordeelt [N.V.] tot betaling aan [eiser] van Cg 1.875,00 aan buitengerechtelijke kosten;

5.2.

veroordeelt [N.V.] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] begroot op Cg 1.949,50;

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2026.