Strafrecht overig
Mishandeling. Vernietiging. Voorwaardelijke geldboete van €750,00. Toewijzing vordering benadeelde partij tot…
ECLI:NL:GHAMS:2024:426 · Gerechtshof Amsterdam · 20 februari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2024-426
Zaakgegevens
Op 20 februari 2024 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 20 februari 2024
- Datum publicatie
- 28 februari 2024
- Zaaknummer
- 23-002009-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2024:426
Samenvatting
Mishandeling. Vernietiging. Voorwaardelijke geldboete van €750,00. Toewijzing vordering benadeelde partij tot een bedrag van €1145,26 bestaande uit €595,26 aan materiële schade en €550,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af. Oplegging schadevergoedingsmaatregel.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 20 februari 2024deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2024:426
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 september 2025
ECLI:NL:PHR:2025:967Hoge Raad · 25 november 2025
ECLI:NL:HR:2025:1723
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 15-007857-22
parketnummer hoger beroep : 23-002009-23
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 20 februari 2024 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 4 juli 2023 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte01]
voornamen: [verdachte01]
geboren: op [geboortedatum01] 1970 te [geboorteplaats01]
adres: [adres01] .
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
mishandeling.
gepleegd op 8 september 2021 te Heerhugowaard.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 36f en 300 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) , bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis .
Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij01]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij01] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 1.145,26 (duizend honderdvijfenveertig euro en zesentwintig cent) bestaande uit € 595,26 (vijfhonderdvijfennegentig euro en zesentwintig cent) materiële schade en € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening .
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij01] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.145,26 (duizend honderdvijfenveertig euro en zesentwintig cent) bestaande uit € 595,26 (vijfhonderdvijfennegentig euro en zesentwintig cent) materiële schade en € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 21 (eenentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 8 september 2021.
Gewezen door mr. R.A.E. van Noort, in bijzijn van mr. C. Sillen, griffier.
mr. R.A.E. van Noort