Strafrecht overig

Vrijspraak van het onthouden van de nodige verzorging aan een hond. Teruggave van de hond aan verdache.

Gerechtshof Amsterdam, 14 juli 2026

Zaakgegevens

Op 14 juli 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
14 juli 2026
Datum publicatie
14 juli 2026
Zaaknummer
23-002089-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:1918
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijspraak van het onthouden van de nodige verzorging aan een hond. Teruggave van de hond aan verdache.

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002089-25

datum uitspraak: 14 juli 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 29 augustus 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-147467-25 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 juni 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 5 oktober 2024 tot en met 9 november 2024, te IJmuiden, gemeente Velsen als houder van een of meer dieren, te weten een hond de nodige verzorging aan dat/deze dier(en) heeft onthouden, door:

- de hond te houden in een bench met daarin ontlasting en/of bloed en/of

- de hond niet te voorzien van voldoende drinkwater en/of

- de hond niet te voorzien van voldoende (hoogwaardige) voeding en/of

- de hond regelmatig in een bench te houden en/of

- de hond onvoldoende uit te laten.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis en dat de hond verbeurd wordt verklaard.

Vrijspraak

De verdachte wordt – kort gezegd – verweten dat hij aan zijn hond de nodige verzorging heeft onthouden.

In het dossier bevindt zich een Verslag omschrijving Dierenartsverklaring van 11 november 2024 ten aanzien van een hond [naam] . Dat is niet de naam van de hond van de verdachte, maar gelet op de geboortedatum, het ras, het geslacht van de hond en de datum van inbeslagname gaat het hof ervan uit dat dit verslag de hond van de verdachte betreft. De dierenarts heeft de hond op 11 november 2024 onderzocht en heeft ten aanzien van de voedingstoestand geconstateerd dat de conditie van het dier aan de schrale kant is, maar dat geen sprake is van onthouding van zorg (score 4/9). Verder was de vacht grotendeels schoon, glanzend en aaneengesloten en waren de nagels onbeschadigd en goed van lengte. De huid was niet ontstoken, niet schilferig en normaal behaard. Ook de oren en de ogen waren – kort gezegd – schoon en niet ontstoken.

Het hof overweegt dat het regelmatig houden van een hond in een bench op zichzelf niet meebrengt dat de hond de nodige verzorging wordt onthouden. De omstandigheid dat de verbalisanten tijdens hun bezoek ontlasting en bloed in de bench hebben aangetroffen, betreft een momentopname. Daaruit kan niet worden afgeleid dat sprake was van een structurele situatie. Hetzelfde geldt voor de constatering dat tijdens het huisbezoek geen waterbak aanwezig was. Uit het onderzoek door de dierenarts volgt niet dat de hond van de verdachte geen (hoogwaardige) voeding kreeg. Ten slotte kan op basis van het dossier niet worden vastgesteld dat de hond onvoldoende werd uitgelaten.

Alles in aanmerking genomen is het hof van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de verdachte zijn hond de nodige verzorging heeft onthouden zoals bedoeld in de Wet Dieren. Nu daarmee naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen is hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zal de verdachte worden vrijgesproken.

Beslag

De politierechter heeft de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven hond verbeurd verklaard.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de hond verbeurd zal verklaren.

De raadsman heeft de teruggave verzocht van de hond aan de verdachte.

Het hof zal de teruggave gelasten van de hond aan de verdachte.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- 1 STK Hond (Omschrijving: PL1100-2024249881-G1666642, Bruin).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.J. Roos, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, in tegenwoordigheid van mr. S. Egidi, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 juli 2026.

mr. A.M. Koolen – Zwijnenburg is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.