Strafrecht overig
Gerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Strafrecht overig
Gerechtshof Amsterdam, 20 juli 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:2030 · Gerechtshof Amsterdam · 20 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-2030
Zaakgegevens
Op 20 juli 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 20 juli 2026
- Datum publicatie
- 27 juli 2026
- Zaaknummer
- 23-002215-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2030
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Winkeldiefstal
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002215-25
datum uitspraak: 20 juli 2026
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 12 september 2025 in de strafzaak onder de parketnummers 15-181126-25 en 15-187047-24 (TUL) tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
adres: [adres 1]
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 juli 2026.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
zij op of omstreeks 30 april 2025 te Haarlem winkelgoederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
zij op of omstreeks 14 juni 2025 te Haarlem winkelgoederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Albert Heijn ([adres 2]), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
zij op 30 april 2025 te Haarlem winkelgoederen, die aan [naam] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
zij op 14 juni 2025 te Haarlem winkelgoederen, die aan de Albert Heijn ([adres 2]), toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Ten aanzien van feit 1
1. Een proces-verbaal van aangifte van 30 april 2025, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [doorgenummerde pagina’s 5-7].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 30 april 2025 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van de aangever:
Plaats delict: [adres 3] ([naam])
Pleegdatum: woensdag 30 april 2025
Op 30 april 2025 hoorde ik een persoon. Hij deed aangifte namens slachtoffer [naam], gevestigd op [adres 3] en verklaarde het volgende over het in de aanhef vermelde feit, dat plaatsvond op de locatie genoemd bij plaats delict.
Verklaring
Ik doe aangifte van diefstal. Aan niemand is het recht of toestemming gegeven voor het plegen van dit feit. Ik heb de diefstal zelf gezien.
De verdachte passeerde de kassa zonder de goederen ter betaling aan te bieden. Verdachte
loopt de winkel binnen en pakt een mandje. Hierna pakt zij verschillende producten die zij in het
mandje stopt. Uiteindelijk loopt zij met het mandje in haar handen de winkel uit zonder de producten af te rekenen..
2. Een proces-verbaal van bevindingen van 17 mei 2025, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [doorgenummerde pagina’s 10-11].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als bevindingen van de verbalisant:
Tijdens het opnemen van de aangifte, hiervoor verwijs ik naar proces-verbaal, zijn foto's van de verdachte bijgevoegd.
Op deze foto's is het volgende te zien:
Ik, verbalisant, zie dat het gaat om twee stills die afkomstig zijn van een beveiligingscamera. De stills zijn beide in kleur.
Still 1
Ik zie dat linksboven in beeld "30-04-2025 11:41:08" staat. Ik zie dat een vrouw via een deur de winkel betreedt. Ik kan de vrouw als volgt omschrijven:
- Lang donker golvend haar
- Zongebruinde huidskleur
- Donker t-shirt met lange mouwen en met gele details
- Kort donker broekje met gele details
- Sandalen
Still 2
Ik zie dat linksboven in beeld "30-04-2025 11:49:33" staat. Ik zie dat een vrouw via een deur de winkel uit loopt. Ik zie dat het dezelfde vrouw, als beschreven bij Still 1, betreft. Ik zie dat [verdachte] een rode winkelmand met daarin spullen in haar linkerhand houdt.
3. Een proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar van 11 mei 2025, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [doorgenummerde pagina’s 12-14].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als bevindingen van de verbalisant:
De persoon op still 1 en de persoon op still 2 herken ik als:
Achternaam: [verdachte]
Voornamen: [verdachte]
Geboren: [geboortedag] 1987 te Haarlem
Ik ken haar vanuit mijn werkzaamheden als zijnde wijkagent.
Ik heb deze persoon vaak gesproken in verband met overlast in het portiek waar zij
woonachtig is.
De laatste keer dat ik haar zag was op vrijdag 2 mei 2025 om 12:10 uur. Het contact
duurde toen ongeveer 5 minuten.
Ik herkende haar aan het totaalbeeld van haar kenmerken.
Postuur, haardracht, lichaamsbouw, make up teint.
Ten aanzien van feit 2
Omdat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde feit heeft bekend en door of namens haar geen vrijspraak is bepleit, volstaat het hof met de navolgende opsomming van de bewijsmiddelen, als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering:
1. Een proces-verbaal van aangifte van 14 juni 2025, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [doorgenummerde pagina’s 5-6];
2. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 14 juni 2025, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [doorgenummerde pagina 21-22.
De hiervoor vermelde bewijsmiddelen zijn – ook in hun onderdelen – telkens gebezigd tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert telkens op:
diefstal.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als die door de rechter in eerste aanleg is opgelegd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee winkeldiefstallen. Diefstal is een ergerlijk feit, dat in het algemeen naast financiële schade ook hinder en overlast voor de gedupeerden veroorzaakt. Blijkens het strafblad van de verdachte van 25 juni 2026 is zij eerder onherroepelijk veroordeeld voor vermogensdelicten. Gelet hierop acht het hof een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken, zoals die door de politierechter is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd, passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.
Vordering tenuitvoerlegging
Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 19 mei 2025 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van zes weken. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom kan de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Het hof ziet aanleiding die tenuitvoerlegging slechts gedeeltelijk te gelasten, namelijk voor de duur van één week.
Het hof zal daarbij, in plaats van de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, een taakstraf van na te melden duur gelasten.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Wijst gedeeltelijk toe de vordering van het openbaar ministerie en gelast de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de straf voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 19 mei 2025 in de zaak met parketnummer 15-187047-24, te weten een gevangenisstraf voor de duur van één week, maar gelast – in plaats daarvan een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verrichten te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis.
Wijst de vordering van het openbaar ministerie voor het overige af.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.W.T. Klappe, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. J. Boksem, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Pattinama, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 juli 2026.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
proces-verbaal uitspraak
_______________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002215-25
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, op 20 juli 2026.
Tegenwoordig zijn:
mr. A.P.M. van Rijn, raadsheer,
J.M. Homoet, griffier.
Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door P.A. Willemse, advocaat-generaal.
De raadsheer doet de zaak tegen de verdachte [verdachte] uitroepen.
De verdachte is wel / niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
Raadsman/raadsvrouw is wel / niet aanwezig.
(zo ja:) naam raadsman/raadsvrouw en plaats:
Tolk is wel / niet aanwezig. (zo ja:) naam tolk en taal:
De raadsheer spreekt het arrest uit.
De raadsheer geeft de verdachte kennis, dat daartegen binnen 14 dagen na heden beroep in cassatie kan worden ingesteld. (indien de VTE is verschenen)
De verdachte heeft wel / geen afstand gedaan van het recht aanwezig te zijn bij de uitspraak. (indien VTE in deze zaak is gedetineerd)
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.