Strafrecht overig
overtreden gebiedsverbod, de verdachte heeft naar het oordeel van het hof de gebiedsverboden – waar hij van…
Gerechtshof Amsterdam, 16 september 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:2653 · Gerechtshof Amsterdam · 16 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-2653
Zaakgegevens
Op 16 september 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 16 september 2026
- Datum publicatie
- 16 september 2026
- Zaaknummer
- 23-000168-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2653
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
overtreden gebiedsverbod, de verdachte heeft naar het oordeel van het hof de gebiedsverboden – waar hij van op de hoogte was – telkens bewust en opzettelijk overtreden, oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf: het hof is van oordeel dat het niet zinvol is opnieuw een gebiedsverbod aan de verdachte op te leggen
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000168-26
datum uitspraak: 16 september 2026
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 januari 2026 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-403792-24 (zaak A), 13-222178-25 (zaak B), 13-224283-25 (zaak C), 13-226017-25 (zaak D), 13-241144-25 (zaak E), 13-241584-25 (zaak F), 13-246529-25 (zaak G) en 13-261035-25 (zaak H) tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortestad] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1974,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 september 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw van de verdachte naar voren heeft gebracht.
Tenlasteleggingen
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak A:
hij op of omstreeks 20 december 2024 te Amsterdam, opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Zuid-Oost, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 1 maand niet meer te bevinden;
Zaak B (gevoegd):
1.
hij op of omstreeks 23 juli 2025 te 06:45 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Zuidoost , althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;
2.
hij op of omstreeks 23 juli 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer] (agent bij de Eenheid Amsterdam), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in haar tegenwoordigheid mondeling en/of door feitelijkheden heeft beledigd door haar een of meermalen de woorden toe te voegen: "Kankerhoer" en/of "Jij bent kanker niet goed", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking en/of door te spugen in de richting van die [slachtoffer] ;
Zaak C (gevoegd):
hij op of omstreeks 14 september 2025 te 16:21 uur te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk niet heeft voldaan aan krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied zuidoost, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;
Zaak D (gevoegd):
hij op of omstreeks 21 augustus 2025 te 14:37 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 3 Zuid-Oost, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;
Zaak E (gevoegd):
hij op of omstreeks 24 juli 2025 te 07:00 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied zuidoost, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden
Zaak F (gevoegd):
hij op of omstreeks 15 september 2025 te 01:08 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Zuidoost, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;
Zaak G (gevoegd):
hij op of omstreeks 18 september 2025 omstreeks 23:00 uur te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk niet heeft voldaan aan krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied zuidoost, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;
Zaak H (gevoegd):
hij op of omstreeks 6 oktober 2025 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Zuidoost, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis van de rechtbank
Het vonnis van de rechtbank zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewijsoverweging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken. De verdachte heeft het gebiedsverbod niet bewust en opzettelijk overtreden. Voor de verdachte – die een verslaafde en kwetsbare man is - was onvoldoende duidelijk in welk gebied hij niet mocht komen.
Het hof volgt de raadsvrouw niet en overweegt daartoe als volgt.
Uit het dossier blijkt dat aan de verdachte voor twee verschillende periodes een gebiedsverbod is uitgereikt, namelijk:
-
voor 7 december 2024 tot en met 6 januari 2025 (overtreding tenlastegelegd in zaak A) en
-
voor 12 juli 2025 tot en met 11 oktober 2025 (overtreding tenlastegelegd in zaken B tot en met H).
Op 18 december 2024 is aan de verdachte een gebiedsverbod uitgereikt voor de eerste periode voor ‘overlastgebied 3 Amsterdam Zuidoost’. Wanneer de verdachte op 20 december 2024 wordt gehoord over de in zaak A tenlastegelegde overtreding van het gebiedsverbod verklaart hij dat hij is ‘aangehouden voor zijn verbod’ en dat hij weet dat hij niet mocht zijn op de plek waar hij is aangehouden. Uit het dossier blijkt dat de verdachte ook een gebiedsverbod is uitgereikt voor ‘overlastgebied 3 Amsterdam Zuidoost’ voor de (niet in de tenlastelegging opgenomen) periode van 8 februari 2025 tot en met 7 mei 2025. Op 7 juli 2025 krijgt de verdachte voor een volgende periode opnieuw een gebiedsverbod uitgereikt, wederom voor ‘overlastgebied 3 Amsterdam Zuidoost’.
Uit het dossier blijkt dat aan de verdachte voordat er gebiedsverboden zijn opgelegd eerder 24-uurs verwijderingsbevelen zijn opgelegd. De verdachte is bij die 24-uurs verwijderingsbevelen telkens gehoord en gewaarschuwd. Daarbij is aan de verdachte ook meegedeeld dat de politie zal verzoeken de verdachte opnieuw een gebiedsverbod op te leggen van 3 maanden als hij weer een ordeverstorende gedraging begaat binnen het overlastgebied binnen één jaar nadat aan hem een gebiedsverbod is opgelegd.
Aan de verdachte is dus in drie (zeer) kort elkaar opvolgende periodes een gebiedsverbod opgelegd voor hetzelfde gebied. De verdachte is ook meerdere malen gewaarschuwd op het moment dat hem 24-uurs verwijderingsbevelen zijn opgelegd dat zal worden verzocht opnieuw een gebiedsverbod op te leggen als hij weer een ordeverstorende gedraging zou begaan.
Het hof is van oordeel dat de verdachte op de hoogte was van het gebiedsverbod tijdens alle data die zijn tenlastegelegd in zaken A tot en met H. Het hof betrekt daarbij ook dat de verdachte meerdere keren op data is aangehouden die elkaar snel opvolgen. De verdachte heeft naar het oordeel van het hof de gebiedsverboden – waar hij van op de hoogte was – telkens bewust en opzettelijk overtreden.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaken A, B onder 1 en 2, C, D, E, F, G en H tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Zaak A:
1.
hij op 20 december 2024 te Amsterdam, opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en 177 van de Gemeentewet en 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Zuid-Oost te verwijderen en zich daar gedurende 1 maand niet meer te bevinden;
Zaak B:
1.
hij op 23 juli 2025 te 06:45 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en 177 van de Gemeentewet en 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Zuidoost te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;
2.
hij op 23 juli 2025 te Amsterdam opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer] (agent bij de Eenheid Amsterdam), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in haar tegenwoordigheid mondeling en door feitelijkheden heeft beledigd door haar een of meermalen de woorden toe te voegen: "Kankerhoer" en "Jij bent kanker niet goed” en door te spugen in de richting van die [slachtoffer] ;
Zaak C:
1.
hij op 14 september 2025 te 16:21 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan krachtens artikel 172 en 177 van de Gemeentewet en 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordering 2008 namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied zuidoost te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;
Zaak D:
1.
hij op 21 augustus 2025 te 14:37 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en 177 van de Gemeentewet en 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 3 Zuid-Oost te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;
Zaak E:
1.
hij op 24 juli 2025 te 07:00 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan krachtens artikel 172 en 177 van de Gemeentewet en 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordering 2008 namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied zuidoost te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden
Zaak F:
1.
hij op 15 september 2025 te 01:08 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en 177 van de Gemeentewet en 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Zuidoost te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;
Zaak G:
1.
hij op 18 september 2025 omstreeks 23:00 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan krachtens artikel 172 en 177 van de Gemeentewet en 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied zuidoost te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;
Zaak H:
1.
hij op 6 oktober 2025 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en 177 van de Gemeentewet en 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Zuidoost te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;
Hetgeen in zaken A, B onder 1 en 2, C, D, E, F, G en H meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaken A, B onder 1 en 2, C, D, E, F, G en H bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het in zaken A, B onder 1, C, D, E, F, G en H bewezenverklaarde levert op:
telkens: opzettelijk niet voldoen aan een bevel of een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.
Het in de zaak B onder 2 bewezenverklaarde levert op:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het in de zaken A, B onder 1 en 2, C, D, E, F, G en H bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft ten aanzien van het in eerste aanleg in de zaken A, B onder 1 en 2, C, D, E, F, G en H bewezenverklaarde een maatregel opgelegd. De verdachte heeft een gebiedsverbod voor een gespecificeerd gebied in Amsterdam Zuidoost gekregen voor de duur van 2 jaar, welke maatregel dadelijk uitvoerbaar is verklaard.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het in de zaken A, B onder 1 en 2, C, D, E, F, G en H tenlastegelegde een maatregel zal worden opgelegd. Aan de verdachte moet een gebiedsverbod worden opgelegd voor een gespecificeerd gebied in Amsterdam Zuidoost voor de duur van 1 jaar, welke maatregel dadelijk uitvoerbaar moet worden verklaard.
De raadsvrouw heeft verzocht bij een strafoplegging een straf op te leggen met bijzondere voorwaarden, zodat de verdachte – die een verslaafde en kwetsbare man is – de hulp kan krijgen die hij nodig heeft.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich acht keer schuldig gemaakt aan het overtreden van een gebiedsverbod. Gebiedsverboden hebben tot doel het verstoren van de openbare orde en overlast aan bewoners, bedrijven en toeristen binnen een bepaald gebied tegen te gaan. Door een dergelijk verbod herhaaldelijk te negeren, heeft de verdachte aangetoond dat hij zich niets heeft aangetrokken van een door het bevoegd gezag genomen besluit. De verdachte heeft daarnaast ook een politieagent beledigd nadat hij door haar en een collega is aangehouden voor het overtreden van een gebiedsverbod. De verdachte heeft de politieagent uitgescholden en in haar richting gespuugd. Dit is niet alleen hinderlijk geweest voor de politieagent die gewoon haar werk deed, maar het is ook erg onsmakelijk.
Volgens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 19 augustus 2026 is hij eerder onherroepelijk veroordeeld voor het overtreden van een gebiedsverbod.
Het hof heeft er oog voor dat de verdachte een kwetsbare en verslaafde man is die in moeilijke omstandigheden op straat leeft. Daar staat tegenover dat meerdere pogingen om de verdachte te helpen bij de Reclassering niet het gewenste effect hebben gehad. De verdachte is bij het Leger des Heils geweigerd wegens negatieve eerdere ervaringen bij woontrajecten. Bij HVO Querido is de verdachte ook geweigerd voor een woontraject, omdat hij zich buitengewoon lastig opstelde bij het intaketraject. Inforsa kon ook niets voor de verdachte betekenen, omdat hij meerdere keren niet is verschenen op de afspraken. De reclassering ziet geen mogelijkheden om te werken aan het terugdringen van het recidiverisico. Uit nieuwe processen-verbaal van de politie die in hoger beroep aan het dossier zijn toegevoegd blijkt bovendien dat de verdachte het in eerste aanleg opgelegde gebiedsverbod dat dadelijk uitvoerbaar is verklaard al drie keer heeft overtreden.
Bij deze stand van zaken is het hof van oordeel dat het niet zinvol is aan de verdachte opnieuw een gebiedsverbod op te leggen. Gelet op de bevindingen van de Reclassering acht het hof het ook niet aangewezen om aan de verdachte een straf op te leggen met bijzondere voorwaarden. Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 12 weken waarvan 6 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63, 184, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis van de rechtbank en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaken A, B onder 1 en 2, C, D, E, F, G en H tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaken A, B onder 1 en 2, C, D, E, F, G en H bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) weken.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.R.O. Mooy, mr. R.A.E. van Noort en mr. A.M.M.E. Doekes - Beijnes, in tegenwoordigheid van mr. M.E. de Waard, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 september 2026.
Mrs. R.A.E. van Noort en A.M.M.E. Doekes – Beijnes zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]