Strafrecht overig
Bevestiging vonnis behalve t.a.v. opgelegde taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf, en met dien…
Gerechtshof Amsterdam, 17 september 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:2935 · Gerechtshof Amsterdam · 17 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-2935
Zaakgegevens
Op 17 september 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 17 september 2026
- Datum publicatie
- 13 oktober 2026
- Zaaknummer
- 23-003038-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2935
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bevestiging vonnis behalve t.a.v. opgelegde taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf, en met dien verstande: - aanvulling bewijsoverweging en bespreking voorwaardelijk verzoek van verdediging; en bewijsmiddelen vonnis vervangen. Bedrijfsinbraak in vereniging d.m.v. braak van elektronische apparatuur. Gevangenisstraf 3 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk met aftrek; proeftijd 2 jaren.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003038-23
datum uitspraak: 17 september 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 6 november 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-156378-22 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats medeverdachte] ( [geboorteland medeverdachte] ) op [geboortedatum 1] 1977,
adres: [adres 1] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 september 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof:
-
de bewijsoverweging zal aanvullen en het voorwaardelijk verzoek van de verdediging zal bespreken;
-
de bewijsmiddelen uit het vonnis vervangt door de hierna opgenomen bewijsmiddelen.
Bewijsoverweging
Standpunt van de verdediging
Ter terechtzitting in hoger beroep is door de verdediging vrijspraak bepleit. De raadsvrouw heeft – kort samengevat – aangevoerd dat, voor zover sprake is van voldoende wettig bewijs, dit bewijs onvoldoende overtuigend is. Hiertoe heeft de raadsvrouw allereerst aangevoerd dat de verdachte feitelijk niet op de plaats delict kan zijn geweest, omdat het voertuig waarin hij volgens het openbaar ministerie heeft gezeten op 22 juni 2022 om 18:47 uur bij Beek door de ANPR is geregistreerd. Verdachte heeft een alibi, dat door de getuige [getuige] is bevestigd. Hij was om 17.30 uur nog in Amsterdam. Uitgaande van een vertrek uit Amsterdam omstreeks 17:30 uur zou het volgens de raadsvrouw gelet op de afstand tussen Amsterdam en Beek, niet mogelijk zijn om 18.47 uur in Beek te zijn. Daarnaast heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de herkenningen zijn gebaseerd op vage beelden en dat daarbij duidelijke verschillen in kleding tussen de persoon op de beelden en de verdachte ten onrechte zijn genegeerd.
Het hof verwerpt dit verweer.
Bij de verdachte zijn twee telefoons in beslag genomen, waaronder een IPhone 13 met IMEI-nummer [nummer 1] . De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat de bij hem in beslag genomen IPhone 13 van hem is. Uit onderzoek naar de telecomgegevens blijkt dat deze telefoon op 22 juni 2022 om 20:00 uur bij [adres 2] aanstraalde. Verder is op de afbeeldingen van de ANPR-hits van 22 juni 2022 een zwart T-shirt met Nike logo op de borst zichtbaar, overeenkomend met het T-shirt dat de verdachte droeg tijdens zijn eerste verhoor. Daarnaast heeft de medeverdachte [medeverdachte 1] verklaard dat de verdachte eerder die dag bij hem in de auto had gezeten. Ook is op de camerabeelden van het bedrijfspand een persoon met een pet te zien met daarop een goudkleurig Yankees-logo en een glimmende sticker. Bij de fouillering van de verdachte is een dergelijke pet aangetroffen. Op grond van deze omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien en in samenhang met de overige bewijsmiddelen, stelt het hof vast dat de verdachte heeft deelgenomen aan de inbraak. Het hof hecht dan ook geen geloof aan het vermeende alibi van de verdachte.
De overige door de raadsvrouw ter terechtzitting bij pleitnota gevoerde verweren behoeven geen afzonderlijke bespreking door het hof. Deze verweren vinden hun weerlegging in de hierna uitgewerkte bewijsmiddelen en de bewijsoverweging van de politierechter.
Overweging ten aanzien van het voorwaardelijk verzoek van de verdediging
De raadsvrouw heeft voorwaardelijk verzocht verbalisant [naam 1] als getuige te horen, indien het hof zijn verklaring voor het bewijs gebruikt. Het hof gebruikt de verklaring van [naam 1] niet voor het bewijs. Het verzoek behoeft daarom geen verdere bespreking.
Bewijsmiddelen
1. Een proces-verbaal aangifte van 23 juni 2022 (incl. fotobijlagen), in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam 2] , doorgenummerde pagina’s 01-06 van pv toetsing digi.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 23 juni 2022 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van aangever [naam 3]:
Ik doe namens het bedrijf [bedrijf naam] aangifte van diefstal van goederen uit het bedrijfspand van [bedrijf naam] aan de [adres 2] .
Na het bekijken van de camerabeelden zagen wij dat omstreeks 20:00 uur vier personen via de zijingang naast de toegangsdeur zijn binnengekomen. De toegangsdeur was afgesloten.
Uit de kasten op de derde en vierde verdieping hebben ze vijf telefoons, drie van het merk IPhone en twee Samsungs, en 30 tot 40 laptops weggenomen. De toegangsdeuren tot de derde en vierde verdieping zijn opengebroken of op een andere manier geopend. Deze toegangsdeuren zijn alleen maar te openen met een pasje. Uit controle van het systeem is te zien dat na 18:30 uur nergens meer een pasje was gebruikt. We zagen ook dat ze de toegangsdeur tot de serverruimte hebben geopend. Hier waren wel braaksporen te zien.
2. Een proces-verbaal van bevindingen van 23 juni 2022 (incl. fotobijlagen), in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam 4] en [naam 5] , doorgenummerde pagina’s 7-10 van pv toetsing digi.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten:
Op 23 juni 2022 omstreeks 01:35 uur bevonden wij, verbalisanten, ons op de [plaats] te Amsterdam. Aldaar zagen wij een Nissan Micra, voorzien van kenteken [kenteken] , voor ons rijden.
Ik, verbalisant [naam 5] , liep naar de bestuurder en vroeg hem zijn rijbewijs aan mij te overhandigen. Ik zag dat hij hieraan voldeed, waarna hij bleek te zijn genaamd: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1977 te [geboorteplaats medeverdachte] ( [geboorteland medeverdachte] ). De bijrijder gaf op te zijn genaamd: [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum 2] 1973 te [geboorteplaats medeverdachte] ( [geboorteland medeverdachte] ).
Wij zagen dat [medeverdachte 1] de kofferbak van het voertuig opende en een rode “Dirk” boodschappentas hier uithaalde. In de middenconsole troffen wij een setje handschoenen en een zwart stuk stof aan. In de kofferbak zagen wij twee donkere jassen, te weten een donkergrijze jas van het merk Woolrich en een zwarte jas van het merk Airforce. Wij zagen dat er in de Airforce jas een setje ‘Gamma’ handschoenen aanwezig waren. Daarnaast troffen wij een zwarte balaclava/bivakmuts en een ander setje handschoenen aan. Wij keken vervolgens in de ‘Dirk’ boodschappentas. Wij zagen in deze tas meerdere doosjes met telefoons. Wij zagen op een aantal doosjes een sticker met de tekst: ‘ [bedrijf naam] , servicedesk [bedrijf naam] , [e-mailadres] , [telefoonnummer] ’.
3. Een proces-verbaal van bevindingen van 23 juni 2022 (incl. bijlagen), in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam 6] , doorgenummerde pagina’s 31-32 van pv toetsing digi.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:
Op 23 juni 2022 deed ik onderzoek in een zaak heling vijftal telefoons waarbij twee verdachten waren aangehouden. Gaat hier om verdachten [medeverdachte 1] en [verdachte] . Ik, verbalisant, kreeg omstreeks 10:20 uur een mail terug van de interne IT van [bedrijf naam] met daarin de bevestiging dat alle vijf de telefoons afkomstig zijn van hun bedrijf [bedrijf naam] en dat er vermoedelijk in de nacht was ingebroken in de vestiging van Maastricht (zie bijlage 1 mailwisseling).
Ik, verbalisant, heb een onderzoek ingesteld naar de hits van de ANPR op kenteken [kenteken] . Hierbij zag ik dat het kenteken meerdere malen een hit heeft gegeven op de Rijksweg A2 tussen Amsterdam en Maastricht, waaronder een hit om 18:47 uur op de A2 Re 254.4 ter hoogte van Beek in de richting van Maastricht en een hit om 20:33 uur op de A2 Li 245.4 ter hoogte van Beek in de richting van Amsterdam (zie bijlage 2).
4. Een proces-verbaal van bevindingen van 23 juni 2022 (incl. stills), in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam 7] , doorgenummerde pagina’s 40-48 van pv toetsing digi.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:
De aangever verklaarde dat de camerabeelden van de beveiligingscamera’s van het bedrijf ‘ [bedrijf naam] ’ op woensdag 22 juni omstreeks 19:58 uur zijn opgenomen.
Beeldmateriaal (1): 19570100.mp4:
Bij 00:00:40 zag ik een persoon richting de toegangsdeur lopen. Ik zag één seconde daarna dat deze persoon vergezeld werd door drie andere personen.
Ik zag dat NN1 als volgt gekleed was:
- donkere sportieve kleding met een Nike logo;
- zwarte pet met een goudkleurig Yankees-logo en een glimmende sticker;
- sportschoenen;
- handschoenen;
- witkleurige touwtjes uit zijn trainingsbroek.
Ik zag dat NN3 als volgt gekleed was:
- zwart mouwloos T-shirt met opvallende witte letters met de tekst ‘ICON’ op borsthoogte;
- pet;
- spijkerbroek;
- zwarte sportschoen met opvallende oranje zolen.
Ik zag dat NN1 vlak voor de toegangsdeur stond. Ik zag dat NN1 zijn beide handen ter hoogte van het slot bracht en duw- en trekbewegingen maakte. Ik zag dat NN1 de toegangsdeur niet open kreeg. Ik zag dat NN3 vervolgens een langwerpig voorwerp in zijn linkerhand vasthield en richting het slot bracht. Ik zag dat NN3 meerdere draaibewegingen maakte tegen het slot. Ik zag dat na ongeveer twee seconden de toegangsdeur door NN3 geopend werd.
Beeldmateriaal (12): 20320100.mp4:
Ik zag dat NN1 en NN4 bij het verlaten van het pand twee grote sporttassen met zich meedroegen.
5. Een proces-verbaal van bevindingen van 23 juni 2022 (incl. fotobijlagen), in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam 8] , doorgenummerde pagina’s 49-54 van pv toetsing digi.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:
Ik, verbalisant, zag in de persoonlijke fouillering van de verdachte [verdachte] een zwarte pet met een goudkleurig New York Yankee logo voorop en een goudkleurige glimmende ronde sticker op de bovenkant van de klep.
6. Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] van 23 juni 2022 (incl. fotobijlagen), in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam 8] , doorgenummerde pagina’s 64-71 van pv toetsing digi.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant en de op 23 juni 2022 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1]:
N: Ik, verbalisant, laat aan de verdachte een afbeelding zien met daarop een donkergrijze Nissan waar op de bijrijdersstoel de verdachte zit. Betreffende afbeelding betreft een ANPR-hit op 22 juni 2022, omstreeks 18.47 uur op de rijksweg A2, ter hoogte van de op- en afrit van de afslag [adres 2] .
V: Met wie zat u nog meer in deze auto op dat moment?
A: Ik zat daar met [verdachte] .
V: Dus u zat eerder die dag, 22 juni 2022, al bij [verdachte] in de auto van [naam 9] ?
A: Ja.
7. Een proces-verbaal van bevindingen van 22 juli 2022 (incl. fotobijlagen), in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam 8] , doorgenummerde pagina’s 278-282 van dossier Maastricht 1.
Ik, verbalisant, zag op bijlage II dat het voertuig met kenteken [kenteken] door de ANPR reed op de Rijksweg A2 bij Beek op 22 juni 2022 te 18:47 uur. Ik zag hierbij dat de bestuurder een zwart T-shirt droeg met korte mouwen met daarop een wit Nike logo op de linkerborst. Tevens zag ik op het T-shirt voorop de schouders een dunne witte lijn lopen van de nek tot aan het begin van de mouwen.
Ik, verbalisant, zag op bijlage III dat het betreffende voertuig door de ANPR reed op de Rijksweg A2 bij Beek op 22 juni 2022 te 20:33 uur. Ik zag hierbij dat de bijrijder van het voertuig een zwart T-shirt met korte mouwen droeg met daarop een wit Nike logo op de linkerborst.
Ik, verbalisant, zag dat bij het eerste verhoor van de verdachte [verdachte] een foto was bijgevoegd onder [nummers] . De betreffende foto van de verdachte [verdachte] is ook bij dit proces-verbaal van bevindingen gevoegd als bijlage I. Ik zag op de betreffende foto dat de verdachte [verdachte] een zwart T-shirt droeg met korte mouwen, een wit Nike logo op de linkerborst en dat op het T-shirt voorop de schouders een witte lijn liep vanaf de nek tot aan de mouwen. Ik zag dat het één en hetzelfde T-shirt betrof als van de persoon die op 22 juni 2022 in het voertuig [kenteken] zat.
8. Een proces-verbaal van bevindingen van 24 juni 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam 6] , doorgenummerde pagina 117 van pv vgl digi.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:
Ik, verbalisant, deed onderzoek naar de telefoons die onder de verdachte [verdachte] in beslag zijn genomen. Het gaat om een in beslag genomen IPhone met goednummer: [nummer 2] . Hier hoort het volgende IMEI-nummer bij: [nummer 3] . Merk/type: Apple IPhone [type] . Daarnaast is een IPhone in beslag met goednummer: [nummer 4] . Hier hoort het volgende IMEI-nummer bij: [nummer 1] . Merk/type: Apple 13.
9. Een proces-verbaal van bevindingen van 27 juli 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam 10] , doorgenummerde pagina’s 319-322 van dossier Maastricht deel 1.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:
Onderzoek historische verkeergegevens IMEI-nummer [nummer 1]: nummer gekoppeld aan het IMEI nummer: [nummer 5] t.n.v. [verdachte] , [adres 1] .
Registraties historische verkeersgegevens rond datums en tijdstippen delicten: 22 juni 2022: omstreeks 20:00 uur te [adres 2] , binnen de gemeente Beek.
10. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 26 juni 2022 (incl. fotobijlage) in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam 11] , doorgenummerde pagina’s 137-141 van pv vgl digi.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:
Die grijze telefoon, een IPhone 6 of 7, 8, heeft [medeverdachte 1] mij toegestopt. Ik heb zelf een 13.
11. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 3 september 2026.
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
De IPhone 13 is van mij.
Oplegging van straf
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken, met een proeftijd van twee jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren.
De raadsvrouw heeft verzocht een lagere taakstraf op te leggen dan de politierechter heeft gedaan. Zij heeft daartoe gewezen op de overschrijding van de redelijke termijn, de omstandigheid dat de verdachte zes dagen in voorarrest heeft gezeten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een inbraak bij het bedrijf [bedrijf naam] . Daarbij hebben zij zich door middel van braak de toegang tot het bedrijfspand verschaft en zijn zij op professionele wijze te werk gegaan bij het stelen van een flinke hoeveelheid elektronische apparatuur van aanzienlijke waarde. Dit is een ernstig feit, dat niet alleen forse materiële schade en overlast voor het gedupeerde bedrijf heeft veroorzaakt, maar ook kan bijdragen aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De verdachte heeft met zijn handelen blijk gegeven van een gebrek aan respect voor het eigendomsrecht van anderen. Hij heeft zich kennelijk slechts laten leiden door financieel gewin en zich niet bekommerd om de gevolgen van zijn handelen voor anderen.
Blijkens een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 20 augustus 2026 is de verdachte eerder veroordeeld voor vermogensdelicten. Dit weegt in zijn nadeel. Het hof weegt daarnaast in het nadeel van de verdachte mee dat hij zich na het vonnis van de politierechter opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een poging tot bedrijfsinbraak door middel van braak. De verdachte – die geen openheid van zaken heeft gegeven – heeft er geen enkele blijk van gegeven inzicht te hebben in de laakbaarheid van zijn handelen.
Het hof ziet geen aanleiding om aan te sluiten bij de straf die in hoger beroep is opgelegd aan de medeverdachte, nu de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en die van de medeverdachte van elkaar verschillen.
De politierechter heeft destijds aanleiding gezien om te volstaan met een taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en om de positieve ontwikkeling in het leven van de verdachte niet te doorkruisen. Nu de verdachte nadien opnieuw de fout in is gegaan, en er dus kennelijk geen sprake is geweest van een bestendige positieve ontwikkeling, ziet het hof geen aanleiding die afweging te volgen. Gelet op de ernst van het feit, de waarde van de weggenomen goederen, de wijze waarop het feit is gepleegd en de recidive van de verdachte, acht het hof oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aangewezen.
Het hof acht in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden passend. Het hof stelt vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Het hof zal deze overschrijding verdisconteren in de strafoplegging door een maand van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, waarvan een maand voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 1 (één) maand, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.K. van Riemsdijk, mr. C.A. Boom en mr. D.A.C. Koster, in tegenwoordigheid van mr. R.C.E. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 september 2026.
Mr. P.K. van Riemsdijk en mr. D.A.C. Koster zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]
De raadsheer doet de zaak tegen de verdachte [verdachte]
[…]