Strafrecht overig
Voorlopige hechtenis: invulling recidivegevaar.
ECLI:NL:GHAMS:2017:37 · Gerechtshof Amsterdam · 4 januari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-ghams-2017-37
Zaakgegevens
Op 4 januari 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 4 januari 2017
- Datum publicatie
- 10 januari 2017
- Zaaknummer
- 13/703198-16
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2017:37
Samenvatting
Voorlopige hechtenis: invulling recidivegevaar.
Uitspraak
Inhoudsopgave
13-703198-16
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,
wonende te [adres] ,
thans verblijvende in het huis van bewaring PI Noord Holland Noord - HvB Zwaag te Zwaag,
tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 12 december 2016, houdende bevel tot zijn gevangenhouding en afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
De feiten en de rechtsgang
Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 13 december 2016, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. A.R. Haakmat.
De beoordeling
Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep en de gronden waarop deze berust. Het hof constateert dat tegen het bevel tot gevangenhouding geen grieven zijn aangevoerd.
Het hof constateert dat het dossier aanwijzingen bevat voor een zeer agressief en niet goed te volgen optreden van de verdachte. Gelet hierop ziet het hof geen mogelijkheid om het aanwezige recidivegevaar op een maatschappelijk verantwoorde wijze door het stellen van voorwaarden bij een schorsing te beperken. Het hof betrekt hierbij mede dat de verdachte nog kort geleden in een proeftijd liep voor een geweldsdelict. In deze omstandigheden acht het hof schorsing van de voorlopige hechtenis niet verantwoord.
De beslissing
Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 4 januari 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,
mrs. M.F.J.M. de Werd en A.M. Ruige, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.
13-703198-16
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 4 januari 2017,
de advocaat-generaal