Strafrecht overig

Vrijspraak van betrokkenheid bij meerdere diefstallen in vereniging. Onvoldoende bewijs. Benadeelde partij…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 30 oktober 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
30 oktober 2026
Datum publicatie
30 oktober 2026
Zaaknummer
21-004127-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:7011
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijspraak van betrokkenheid bij meerdere diefstallen in vereniging.

Onvoldoende bewijs. Benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004127-25

Uitspraakdatum: 30 oktober 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 12 september 2025 met parketnummer 18-150928-25 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 16 oktober 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, die inhoudt dat verdachte voor het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 3 jaren, en tot een taakstraf van 200 uren subsidiair 100 dagen hechtenis. Ook heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de onder verdachte inbeslaggenomen bestelauto verbeurd wordt verklaard.

Verder heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.670,78, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en dat verdachte kan worden veroordeeld in de helft van de proceskosten ten bedrage van

€ 121,30. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw,

mr. Y.R. Nielsen, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De politierechter heeft verdachte voor het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 3 jaren en tot een taakstraf van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis. De onder verdachte inbeslaggenomen bestelauto is verbeurd verklaard.

De vordering van de benadeelde partij is hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van

€ 1.670,80, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Verder is verdachte veroordeeld in de proceskosten, begroot op € 121,30.

Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 4 februari 2025 te [plaats 1] (ter hoogte van [locatie 1] ), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, gereedschap (te weten: een cirkelzaag en/of doppenset), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2.
hij in de nacht van 3 op 4 februari 2025 te [plaats 1] (ter hoogte van de [locatie 2] ), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, gereedschap (te weten: een föhn/verhitter, stofzuiger, schuurmachine, multitool Makita, multitool Festool, slijptol, accuboormachihne, decoupeerzaag, schaaf in kist, kitspuithouder, accuboormachine zonder accu), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [bedrijf slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3.
hij op of omstreeks 4 februari 2025 te [plaats 1] (ter hoogte van de [locatie 3] ), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, paarden drinkbakken en/of een halster, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Vrijspraak

Verdachte wordt onder feiten 1, 2 en 3 kortgezegd verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een drietal diefstallen in vereniging op 4 februari 2025 in [plaats 1] .

Uit het dossier blijkt dat deze diefstallen hebben plaatsgevonden en dat goederen die daarbij zijn weggenomen, zijn aangetroffen in een Opel Combo die op naam stond van verdachte.

Dit voertuig is door de politie gevolgd, tot het zich klemreed in [plaats 2] en twee mannen te voet vluchtten.

Verdachte zelf is niet aangetroffen op of rond de datum waarop deze diefstallen zijn gepleegd. Ook zijn er geen sporen van hem aangetroffen die duiden op directe betrokkenheid bij (één van de) diefstallen.

[medeverdachte] is wel aangetroffen en heeft nadien bij de politie bekend dat hij als bijrijder in het voertuig had gezeten en dat hij bij één van de diefstallen betrokken is geweest. Ook heeft hij bij de politie verklaard dat de auto was van die jongen die reed. Ter zitting in hoger beroep heeft [medeverdachte] hierover verduidelijkt dat hij niet wist of die jongen de eigenaar van het voertuig was en dat hij niet naar het kentekenbewijs heeft gevraagd. Het hof acht het niet onaannemelijk dat [medeverdachte] bij de politie heeft bedoeld dat de auto was meegebracht door degene die op dat moment het voertuig feitelijk bestuurde. Gelet hierop, kan uit de politieverklaring van [medeverdachte] niet zonder meer worden afgeleid dat verdachte op 4 februari 2025 de bestuurder is geweest.

Verder bevat het dossier een verklaringen van [naam] , de toenmalige vriendin van verdachte. Zij is in de nacht van 4 februari 2025 aangetroffen in [plaats 2] , maar heeft wisselend verklaard over de reden waarom zij daar naartoe is gereden. [medeverdachte] heeft bovendien verklaard dat hij degene is geweest, die haar heeft verzocht om hem op te halen. Het hof is van oordeel dat de verklaring van [naam] onvoldoende aanknopingspunten biedt om de betrokkenheid van verdachte bij (één van de) diefstallen op te kunnen gronden.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat op grond van het dossier niet meer kan worden vastgesteld dan dat een voertuig op naam van verdachte is gebruikt bij de tenlastegelegde diefstallen. Dit is onvoldoende bewijs voor een veroordeling voor diefstal. Het hof zal verdachte daarom van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten vrijspreken en zal de teruggave gelasten van het onder hem inbeslaggenomen voertuig.

Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.670,78 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen. Daarnaast heeft de benadeelde partij verzocht verdachte te veroordelen in proceskosten à € 242,60. Deze vordering is in hoger beroep gehandhaafd en dus opnieuw aan de order.

Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan het onder 1 ten laste gelegde handelen, waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een bedrijfsauto (bestelauto), Opel Combo met kenteken [kenteken] .

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door mr. T.H. Bosma, mr. M.C. van Linde en mr. O. Anjewierden, in aanwezigheid van de griffier, D.D. Drost, en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 30 oktober 2026.