Strafrecht overig
Veroordeling verdachte wegens vijf ernstige zedendelicten gepleegd in een periode van 2 jaar. Fysieke ontucht…
Gerechtshof Den Haag, 30 oktober 2026
ECLI:NL:GHDHA:2026:3158 · Gerechtshof Den Haag · 30 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2026-3158
Zaakgegevens
Op 30 oktober 2026 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 30 oktober 2026
- Datum publicatie
- 3 november 2026
- Zaaknummer
- 22-003876-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2026:3158
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Veroordeling verdachte wegens vijf ernstige zedendelicten gepleegd in een periode van 2 jaar. Fysieke ontucht met een meisje onder de 16 jaar en een minderjarig meisje verleid tot het plegen van fysieke ontucht tegen betaling. Daarnaast verleiding en aanranding, door minderjarige meisjes via sociale media te benaderen en ze door dwang en/of betaling te bewegen om seksuele handelingen bij zichzelf te verrichten en foto’s en video’s van zichzelf te maken en aan verdachte te sturen. Bezit grote hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen. Gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk
Procesgang
Rechtbank Rotterdam · 9 december 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:14557Rechtbank Rotterdam · 9 december 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:14558Gerechtshof Den Haag · 30 oktober 2026deze uitspraak
ECLI:NL:GHDHA:2026:3158
Uitspraak
Rolnummer: 22-003876-25
Parketnummers: 10-278985-23 en 10-228795-23
Datum uitspraak: 30 oktober 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van 9 december 2025 van de rechtbank Rotterdam in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 1992,
adres: [woonadres] , [woonplaats] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte van het onder parketnummer 10-278985-23 onder 1, 4 en 5 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder parketnummer 10-278985-23 onder 2, 3, 6 en 7 en onder parketnummer 10-228795-23 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaren, met aftrek van voorarrest. Daarbij zijn aan de verdachte bijzondere voorwaarden opgelegd, te weten – kort weergegeven – een meldplicht, een ambulante behandeling, een contactverbod met de slachtoffers en controle van gegevensdragers, waarvan de dadelijk uitvoerbaarheid is bevolen. Voorts is beslist omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Niet-ontvankelijkheid van de verdachte
Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak van de onder 1, 4 en 5 met parketnummer 10-278985-23 tenlastegelegde feiten.
Daarnaast heeft de rechtbank de verdachte vrijgesproken van het onder 6 tenlastegelegde voor zover dat ziet op de minderjarigen [naam minderjarige 1] , [naam minderjarige 2] , [naam minderjarige 3] , [naam minderjarige 4] , [naam minderjarige 5] , [naam minderjarige 6] , [naam minderjarige 7] en [naam minderjarige 8] . Het hoger beroep is voorts gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak ten aanzien van het onder 7 tenlastegelegde voor zover dat ziet op het bezit van kinderporno in de cloudstorage [cloudstorage] .
Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en is dus mede gericht tegen die in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) staat voor de verdachte tegen deze beslissingen geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken.
Waar hierna wordt gesproken van “de tenlastelegging” of “de zaak” of “het vonnis”, wordt daarmee bedoeld de tenlastelegging of de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van het hof onderworpen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – ten laste gelegd dat:
Zaak met parketnummer 10-278985-23:
2.
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2023 tot en met 31 augustus 2023 te Ridderkerk, in elk geval in Nederland, (meermalen) (telkens) door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [minderjarig slachtoffer 1] , geboren [geboortedatum 2] 2007, heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het (meermalen)
- voeren van (een) (seksueel geladen en/of prikkelende(e)) chatgesprek(ken) met haar en/of
- brengen en/of houden en/of heen en weer bewegen van haar vinger(s) en/of een dildo, althans een voorwerp, in haar vagina, althans tussen haar schaamlippen en/of
- brengen en/of houden en/of heen en weer bewegen van haar vinger(s) in haar anus en/of
- maken van (een) foto( s) en/of film(s) van voornoemde seksuele handeling(en) en/of van haar (deels) ontblote lichaam en/of (vervolgens)
- naar verdachte sturen, althans aan verdachte tonen, van voornoemde foto('s) en/ of film(s), waarvan hij vervolgens de opname(n) heeft opgeslagen, het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het (meermalen)
- via social media (Snapchat) contact maken en/of onderhouden met haar en/of zich (in de chats) voordoen als een jongen (van 21 jaar oud), genaamd [jongensnaam] , althans een ander persoon dan verdachte en/of
- ( vervolgens) (dwingend) vragen om (meer) (naakt)foto's/film(s) en/of
- geven van opdrachten met betrekking tot de uit te voeren seksuele handeling(en) en/of
- dreigen om de eerder door hem ontvangen foto(`s)/film(s) waarop zij te zien was met een (deels) ontbloot lichaam op internet en/of op sociale media(kanalen) te plaatsen en/of te verspreiden, indien zij niet méér naaktfoto('s) en/of foto(s) en/of film(s) waarop seksuele handelingen te zien zijn naar hem zou sturen en/of
- dreigen om haar op te zoeken en/of wat anders met haar te doen en/of
- zeggen tegen haar dat als zij geen foto('s)/film(s) wilde sturen, zij seks met hem moest hebben en/of hem moest pijpen;
3.
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 september 2023 tot en met 30 november 2023 te Bloemendaal, in elk geval in Nederland, (meermalen) (telkens) met [minderjarig slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2008, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [minderjarig slachtoffer 2] , te weten het (meermalen)
- brengen en/of houden van zijn penis in haar vagina en/of mond en/of
- betasten van haar borst(en) en/of bil(len) en/of
- ( tong)zoenen van haar;
6.
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2022 tot en met 30 november 2023 te Ridderkerk, in elk geval in Nederland, meermalen telkens een of meerdere meisje(s), te weten onder andere [minderjarig slachtoffer 3] en/of [naam minderjarige 9] en/of [naam minderjarige 10] en/of [naam minderjarige 11] en/of [naam minderjarige 12] ), die de leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt, door giften en beloften van geld en goed en misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en misleiding, te weten door meermalen
- misbruik te maken van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, bestaande uit het grote/aanzienlijke leeftijdsverschil tussen hem en dat/die meisje(s) en/of
- zich in de chats op social media voor te doen als een ander persoon dan verdachte en/of
- via chats op social media (een) geld(bedrag(en) aan dat/die meisje(s) aan te bieden in ruil voor (een) naaktfoto('s)/film(s) van dat/die meisje(s) en/of seksuele handeling(en) met dat/die meisjes(s) en/of foto('s)/film(s) van seksuele handelingen van dat/die meisje(s) bij zichzelf en/of
- geldbedragen naar de bankrekening(en) van die meisje(s) over te maken en/of
- via chats op social media tegen die meisje(s) te zeggen dat hij met haar/hen af wilde spreken voor geld en/of
- via chats op social media (een) foto('s) van geld en/of tikkies aan die meisje(s) te sturen, opzettelijk heeft bewogen tot het plegen van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het meermalen,
- maken van één of meer foto's en/of films van seksuele handelingen en/of van het (deels) ontblote lichaam van dat/die meisje(s) en/of (vervolgens)
- naar hem sturen, althans aan hem tonen, van voornoemde foto's en/of films, waarvan hij vervolgens de opnamen heeft opgeslagen;
7.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2023 tot en met 01 december 2023 te Ridderkerk, in elk geval in Nederland, (meermalen) (telkens) afbeeldingen, te weten foto's en/of video's/films en/of gegevensdragers, te weten (een)
- mobiele telefoon(s) van het merk Samsung (goederen A.01.01.00 1 en/of A.01.01.002 en/of A.0 1.02.001) en/of
- externe harde schijf van het merk Seagate (goed A.0 1.0 1.005) en/of
- iPad (goed A.02.0 1.001) en/of
- USB-stick van het merk Duracell (goed A02.02.001 en/of
- harde schijf uit desktop van het merk Samsung (goed A.03.02.002) bevattende afbeeldingen, te weten foto's en/of video's/films
van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,
heeft verworven en/of heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het met de/een penis en/of mond/tong en/of voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een penis en/of vinger/hand en/of mond/tong en/of voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het bij zichzelf met de/een vinger/hand en/of voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(toonmapfoto's 2, 3, 4 (toonmap [minderjarig slachtoffer 1] ), 9, 10 (toonmap [naam minderjarige 11] ), 4 (toonmap [minderjarig slachtoffer 2] ), 4, 5 (toonmap [naam minderjarige 6] ), 2, 3, 9, 30, 37 (toonmap algemeen))
en/of
het met de/een penis en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een penis en/of mond/tong en/of vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt bij zichzelf met de/een vinger/hand en/of mond/tong en/of voorwerp aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten (toonmapfoto's 5, 6 (toonmap [minderjarig slachtoffer 1] ), 1, 2, 4 (toonmap [naam 1] ), 11 (toonmap [naam minderjarige 11] ), 7 (toonmap [naam 2] ), 1 (toonmap [minderjarig slachtoffer 2] ), 3 (toonmap [minderjarig slachtoffer 6] ), 7, 11, 22, 26, 31 (toonmap algemeen))
en/of
het door een dier vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het door een dier likken, betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het door een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt likken, in de mond nemen, betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een dier en/of (toonmapfoto's 46, 47, 48, 49 (toonmap algemeen))
en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of poseert in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(toonmapfoto's 1, 2 (toonmap [minderjarig slachtoffer 3] ), 1, 2, 6, 7 (toonmap [minderjarig slachtoffer 1] ), 3, 5 (toonmap [naam 1] ), 7, 8, 12 (toonmap [naam minderjarige 11] ), 1, 2, 3 (toonmap [naam 3] ), 1 (toonmap [naam minderjarige 10] ), 3, 4, 5, 6 (toonmap [naam 2] ), 2, 3, 5 (toonmap [minderjarig slachtoffer 2] ), 1, 2 (toonmap [minderjarig slachtoffer 6] ), 3, 6 (toonmap [naam minderjarige 6] ), 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 (toonmap [naam 4] ), 41, 52, 53, 54 (toonmap algemeen))
en/of
het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij op dat gezicht en/of in de mond een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is) (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(toonmapfoto's 4, 40, 43 (toonmap algemeen))
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;
Zaak met parketnummer 10-228795-24 (gevoegd):
hij op of omstreeks 26 april 2022 te Rotterdam door giften en/of beloften van geld en/of goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of misleiding, te weten door het
- leeftijdsverschil tussen hem en [minderjarig slachtoffer 3] en/of
- geven van een geldbedrag (€400) aan [minderjarig slachtoffer 3] en/of
- betalen van het treinkaartje van [minderjarig slachtoffer 3] , [minderjarig slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 4] 2005, die de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen en/of van hem, verdachte, te dulden, door
- haar te zoenen en/of
- zijn penis in haar mond te brengen/houden en/of heen en weer te bewegen en/of
- in haar mond klaar te komen en/of
- haar borst(en) en/of bil(len) te betasten.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechtbank is opgelegd, met oplegging van een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, waarvan de dadelijk uitvoerbaarheid wordt bevolen.
Beoordeling van het vonnis
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechters.
Vrijspraak
Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 6 ten aanzien van [naam minderjarige 11] en [naam minderjarige 12] ten laste is gelegd, zodat de verdachte daarvan – overeenkomstig het betoog van de verdediging – behoort te worden vrijgesproken.
Ten aanzien van zowel [naam minderjarige 11] ontbreekt het bewijs dat de verdachte haar heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen. Het hof overweegt daartoe dat het dossier geen bewijs bevat waaruit blijkt dat de verdachte betrokken was bij het vervaardigen van de foto’s. Daarbij is in aanmerking genomen dat het dossier geen gesprekken bevat die gevoerd zijn tussen de verdachte en [naam minderjarige 11] , dat [naam minderjarige 11] geen verklaring heeft afgelegd en dat [naam minderjarige 11] seksueel getinte foto’s naar de verdachte heeft gestuurd, voordat hij geld naar haar had overgemaakt. Wat betreft [naam minderjarige 12] kan niet worden vastgesteld dat zij een foto naar de verdachte heeft gestuurd. Ook [naam minderjarige 12] heeft geen verklaring afgelegd.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10-278985-23 onder 2, 3, 6 en 7 en in de zaak met parketnummer 10-228795-24 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Zaak met parketnummer 10-278985-23:
2.
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2023 tot en met 31 augustus 2023 te Ridderkerk, in elk geval in Nederland, (meermalen) (telkens) door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [minderjarig slachtoffer 1] , geboren [geboortedatum 2] 2007, heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het (meermalen)
- voeren van (een) (seksueel geladen en/of prikkelende(e)) chatgesprek(ken) met haar en/of
- brengen en/of houden en/of heen en weer bewegen van haar vinger(s) en/of een dildo, althans een voorwerp, in haar vagina, althans tussen haar schaamlippen en/of
- brengen en/of houden en/of heen en weer bewegen van haar vinger(s) in haar anus en/of
- maken van (een) foto(’s) en/of film(s) van voornoemde seksuele handeling(en) en/of van haar (deels) ontblote lichaam en/of (vervolgens)
- naar verdachte sturen, althans aan verdachte tonen, van voornoemde foto('s) en/ of film(s), waarvan hij vervolgens de opname(n) heeft opgeslagen,
het geweld en/of een waarbij de andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) hebben/ heeft bestaan uit het (meermalen)
- via social media (Snapchat) contact maken en/of onderhouden met haar en/of zich (in de chats) voordoen als een jongen (van 21 jaar oud), genaamd [jongensnaam] , althans een ander persoon dan verdachte en/of
- (vervolgens) (dwingend) vragen om (meer) (naakt)foto's/film(s) en/of
- geven van opdrachten met betrekking tot de uit te voeren seksuele handeling(en) en/of
- dreigen om de eerder door hem ontvangen foto(’s)/film(s) waarop zij te zien was met een (deels) ontbloot lichaam op internet en/of op sociale media(kanalen) te plaatsen en/of te verspreiden, indien zij niet méér naaktfoto('s) en/of foto(’s) en/of film(s) waarop seksuele handelingen te zien zijn naar hem zou sturen en/of
- dreigen om haar op te zoeken en/of wat anders met haar te doen en/of
- zeggen tegen haar dat als zij geen foto('s)/film(s) wilde sturen, zij seks met hem moest hebben en/of hem moest pijpen;
3.
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 3 september 2023 tot en met 30 november 2023 te Bloemendaal, in elk geval in Nederland, (meermalen) (telkens) met [minderjarig slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2008, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [minderjarig slachtoffer 2] , te weten het (meermalen)
- brengen en/of houden van zijn penis in haar vagina en/of mond en/of
- betasten van haar borst(en) en/of bil(len) en/of
- ( tong)zoenen van haar;
6.
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2022 tot en met 30 november 6 september 2023 te Ridderkerk, in elk geval in Nederland, meermalen telkens een of meerdere meisje(s), te weten onder andere [minderjarig slachtoffer 3] en/of [naam minderjarige 9] en/of [naam minderjarige 10] en/of [naam minderjarige 11] en/of [naam minderjarige 12]), die de leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt, door giften en beloften van geld en goed en misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en misleiding, te weten door meermalen
- misbruik te maken van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, bestaande uit het grote/aanzienlijke leeftijdsverschil tussen hem en dat/die meisje(s) en/of
- zich in de chats op social media voor te doen als een ander persoon dan verdachte en/of
- via chats op social media (een) geld(bedrag(en) aan dat/die meisje(s) aan te bieden in ruil voor (een) naaktfoto('s)/film(s) van dat/die meisje(s) en/of seksuele handeling(en) met dat/die meisjes(s) en/of foto('s)/film(s) van seksuele handelingen van dat/die meisje(s) bij zichzelf en/of
- geldbedragen naar de bankrekening(en) van die meisje(s) over te maken en/of
- via chats op social media tegen die meisje(s) te zeggen dat hij met haar/hen af wilde spreken voor geld en/of
- via chats op social media (een) foto('s) van geld en/of tikkies aan die meisje(s) te sturen, opzettelijk heeft bewogen tot het plegen van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het meermalen,
- maken van één of meer foto's en/of films van seksuele handelingen en/of van het (deels) ontblote lichaam van dat/die meisje(s) en/of (vervolgens)
- naar hem sturen, althans aan hem tonen, van voornoemde foto's en/of films, waarvan hij vervolgens de opnamen heeft opgeslagen;
7.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2023 tot en met 01 december 2023 te Ridderkerk, in elk geval in Nederland, (meermalen) (telkens) afbeeldingen, te weten foto's en/of video's/films en/of gegevensdragers, te weten (een)
- mobiele telefoon(s) van het merk Samsung (goederen A.01.01.001 en/of A.01.01.002 en A.01.02.001) en/of
- externe harde schijf van het merk Seagate (goed A.01.01.005) en/of
- iPad (goed A.02.01.001) en/of
- USB-stick van het merk Duracell (goed A02.02.001) en/of
- harde schijf uit desktop van het merk Samsung (goed A.03.02.002)
bevattende afbeeldingen, te weten foto's en/of video's/films van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,
heeft verworven en/of heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het met de/een penis en/of mond/tong en/of voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een penis en/of vinger/hand en/of mond/tong en/of voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het bij zichzelf met de/een vinger/hand en/of voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(toonmapfoto's 2, 3, 4 (toonmap [minderjarig slachtoffer 1] ), 9, 10 (toonmap [naam minderjarige 11] ), 4 (toonmap [minderjarig slachtoffer 2] ), 4, 5 (toonmap [naam minderjarige 6] ), 2, 3, 9, 30, 37 (toonmap algemeen))
en/of
het met de/een penis en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een penis en/of mond/tong en/of vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt bij zichzelf met de/een vinger/hand en/of mond/tong en/of voorwerp aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten (toonmapfoto's 5, 6 (toonmap [minderjarig slachtoffer 1] ), 1, 2, 4 (toonmap [naam 1] ), 11 (toonmap [naam minderjarige 11] ), 7 (toonmap [naam 2] ), 1 (toonmap [minderjarig slachtoffer 2] ), 3 (toonmap [minderjarig slachtoffer 6] ), 7, 11, 22, 26, 31 (toonmap algemeen))
en/of
het door een dier vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het door een dier likken, betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het door een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt likken, in de mond nemen, betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een dier en/of (toonmapfoto's 46, 47, 48, 49 (toonmap algemeen))
en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of poseert in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarbij) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht wordt/worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(toonmapfoto's 1, 2 (toonmap [minderjarig slachtoffer 3] ), 1, 2, 6, 7 (toonmap [minderjarig slachtoffer 1] ), 3, 5 (toonmap [naam 1] ), 7, 8, 12 (toonmap [naam minderjarige 11] ), 1, 2, 3 (toonmap [naam 3] ), 1 (toonmap [naam minderjarige 10] ), 3, 4, 5, 6 (toonmap [naam 2] ), 2, 3, 5 (toonmap [minderjarig slachtoffer 2] ), 1, 2 (toonmap [minderjarig slachtoffer 6] ), 3, 6 (toonmap [naam minderjarige 6] ), 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 (toonmap [naam 4] ), 41, 52, 53, 54 (toonmap algemeen))
en/of
het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij op dat gezicht en/of in de mond een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is), (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (toonmapfoto's 4, 40, 43 (toonmap algemeen))
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;
Zaak met parketnummer 10-228795-24 (gevoegd):
hij op of omstreeks 26 april 2022 te Rotterdam door giften en/of beloften van geld en/of goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of misleiding, te weten door het
- leeftijdsverschil tussen hem en [minderjarig slachtoffer 3] en/of
- geven van een geldbedrag (€ 400,-) aan [minderjarig slachtoffer 3] en/of
- betalen van het treinkaartje van [minderjarig slachtoffer 3] ,
[minderjarig slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 4] 2005, die de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen en/of van hem, verdachte, te dulden, door
- haar te zoenen en/of
- zijn penis in haar mond te brengen/houden en/of heen en weer te bewegen en/of
- in haar mond klaar te komen en/of
- haar borst(en) en/of bil(len) te betasten.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, Sv wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Nadere bewijsoverweging
Ten aanzien van 10-278985-23 - feit 2
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman zich – overeenkomstig zijn overgelegde en in het procesdossier gevoegde pleitnota – op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde, nu dit feit – kort gezegd – niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat geen sprake was van (dreiging met) een andere feitelijkheid waardoor de verdachte [minderjarig slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen. Het aannemen van een andere identiteit (waaronder een andere leeftijd) geldt volgens de raadsman niet als dwingen. Daarnaast volgt uit het dossier onvoldoende dat de verdachte dwingend om foto’s heeft gevraagd of heeft gedreigd als [minderjarig slachtoffer 1] deze niet zou sturen. De verklaringen van [minderjarig slachtoffer 1] daarin zijn wisselend en er ontbreekt voldoende steunbewijs.
Het hof overweegt hieromtrent als volgt.
Voor een bewezenverklaring van dwang door (bedreiging met) andere feitelijkheden is vereist dat de verdachte opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer de ontuchtige handelingen tegen haar wil heeft gepleegd. Een feitelijk overwicht gebaseerd op een groot leeftijdsverschil behoeft op zichzelf niet voldoende te zijn om te kunnen spreken van dwang waartegen het slachtoffer geen weerstand kon bieden. De context waarin die gedragingen zijn verricht, is een belangrijke factor.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte, destijds 30 jaar oud, via Snapchat de toen 15-jarige [minderjarig slachtoffer 1] heeft benaderd om seksuele handelingen bij haarzelf te verrichten. De verdachte wist dat [minderjarig slachtoffer 1] 15 jaar oud was, zoals hij ter terechtzitting in hoger beroep heeft erkend. [minderjarig slachtoffer 1] had namelijk een gedeelte van haar identiteitsbewijs naar hem gestuurd, met vermelding van haar juiste geboortedatum. Door zich voor te doen als ‘ [jongensnaam] ’ van 21 jaar heeft hij haar verzocht en geïnstrueerd foto’s en video’s van haarzelf te maken en naar hem te sturen. De verzoeken van de verdachte waren vergaand: uit het dossier blijkt bijvoorbeeld van berichten dat de verdachte vraagt om “nog 1 van onder, en dan open spreiden” en “en dan gaatje showen”. Nadat [minderjarig slachtoffer 1] aangaf geen foto’s en video’s meer te willen sturen, heeft de verdachte aangedrongen en doorgevraagd. Daarna heeft hij gedreigd materiaal op internet te zetten, dit naar haar ouders te sturen en bij haar langs te komen, waarbij zij hem dan zou moeten pijpen, om met rust gelaten te worden.
In deze context heeft het zich voordoen als iemand die aanzienlijk, namelijk 9 jaar, jonger is dan de verdachte werkelijk was een rol van betekenis in het bewezenverklaarde. Het handelen van de verdachte kan niet anders gezien worden dan dat hij op deze wijze het vertrouwen van een jong meisje als [minderjarig slachtoffer 1] wilde winnen om haar vervolgens makkelijker te kunnen bewegen de door hem gewenste handelingen te verrichten. De verdachte is mede door gebruikmaking van een valse identiteit in intiem contact gekomen met [minderjarig slachtoffer 1] en heeft toegang verkregen tot foto’s en video’s van haar. Het hof is dan ook van oordeel dat het aannemen van een valse identiteit in combinatie met de overige bewezenverklaarde handelingen wel andere feitelijkheden en bedreiging met andere feitelijkheden oplevert zoals bewezen is verklaard (vgl. ECLI:NL:PHR:2016:1392).
Wettig en overtuigend bewijs
Zedenzaken kenmerken zich doorgaans door het feit dat in de regel slechts twee personen aanwezig zijn bij de beweerde seksuele handelingen: het veronderstelde slachtoffer en de veronderstelde dader. Wanneer de veronderstelde dader de seksuele handelingen ontkent, leidt dat in veel gevallen ertoe dat slechts de verklaringen van het veronderstelde slachtoffer als wettig bewijs beschikbaar zijn. Ten aanzien van de getuigenverklaring van het veronderstelde slachtoffer geldt dat deze slechts tot het bewijs kan worden gebezigd wanneer deze naar het oordeel van het hof betrouwbaar en overeenkomstig de waarheid is afgelegd. Op grond van het bepaalde in artikel 342, tweede lid, Sv geldt vervolgens dat de enkele verklaring van één getuige (het veronderstelde slachtoffer) onvoldoende is om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Hier staat echter tegenover dat in zedenzaken een geringe mate van steunbewijs in combinatie met de verklaringen van het veronderstelde slachtoffer reeds voldoende wettig bewijs van het tenlastegelegde feit kan opleveren.
Verder geldt dat de hiervoor genoemde bewijsminimumregel van artikel 342, tweede lid, Sv slechts geldt voor de gehele tenlastelegging/bewezenverklaring. Onderdelen daarvan mogen wel degelijk op één enkel bewijsmiddel berusten. Dat geldt volgens de Hoge Raad ook voor de ten laste gelegde gedragingen. In een zedenzaak is dus in principe voor het bewijs van de seksuele handelingen één getuigenverklaring voldoende, op voorwaarde dat deze op bepaalde punten bevestigd wordt door andere bewijsmiddelen. Die bewijsmiddelen moeten afkomstig zijn uit een andere bron. Bovendien mag er niet een te ver verwijderd verband bestaan tussen de getuigenverklaring en het overige gebruikte bewijs.
Het hof acht de verklaringen van [minderjarig slachtoffer 1] betrouwbaar en bezigt deze voor het bewijs. Daartoe overweegt het hof als volgt.
Het hof stelt allereerst vast dat [minderjarig slachtoffer 1] niet louter belastend heeft verklaard, maar dat er een ontwikkeling in haar verklaring zichtbaar is. Zij heeft verklaard dat zij in eerste instantie zelf seksueel getinte foto’s heeft gestuurd, zonder dat daartoe enige druk werd uitgevoerd, maar dat zij dat op een gegeven moment niet meer wilde. Vanaf dat moment bleef de verdachte doorvragen, ging hij druk zetten en benaderde hij haar ook via een ander account nadat zij hem had geblokkeerd op het eerdere account. Verder zijn de verklaringen van [minderjarig slachtoffer 1] in grote lijnen consistent. Deze aspecten dragen bij aan de geloofwaardigheid van haar verklaringen.
De verklaringen van [minderjarig slachtoffer 1] vinden steun in de verklaring van de verdachte zelf, die heeft erkend dat hij haar met verschillende Snapchataccounts heeft benaderd en haar heeft verzocht seksueel getinte foto’s en video’s te sturen, alsmede in het onderzoek naar haar telefoon, waaruit blijkt dat zij twee Snapchataccounts van de verdachte heeft geblokkeerd. Deze onderzoeksresultaten ondersteunen haar verklaring wat betreft het onderdeel dat de verdachte bleef doorvragen, ook (met een ander account) nadat zij hem had geblokkeerd. Ook worden haar verklaringen ondersteund door de aangetroffen Snapchatgesprekken en door de naaktfoto’s en -video’s die [minderjarig slachtoffer 1] naar de verdachte heeft gestuurd. De verklaring van [minderjarig slachtoffer 1] dat zij aan de verdachte heeft aangegeven te willen stoppen, wordt bijvoorbeeld bevestigd door een door haar gestuurd snap-bericht: “meer krijg je niet van me”.
Uitsluitend het onderdeel van de tenlastelegging dat de verdachte heeft gedreigd om de foto’s en films van [minderjarig slachtoffer 1] op internet en sociale media te plaatsen en om haar op te zoeken, wordt alleen ‘gedekt’ door de verklaringen van [minderjarig slachtoffer 1] . Het hof ziet, mede gezien alle andere onderdelen die wel worden gesteund door overige bewijsmiddelen, geen aanleiding om op dit onderdeel aan die verklaringen te twijfelen. In dit oordeel wordt het hof gesterkt door de omstandigheid dat ook andere meisjes verklaard hebben dat de verdachte aandrong en heeft gedreigd toen zij geen foto’s meer wilden sturen. Zo heeft de verdachte bij [minderjarig slachtoffer 5] aangedrongen en vervolgens gedreigd de foto naar haar moeder te sturen toen zij weigerde. Daarnaast heeft [minderjarig slachtoffer 4] verklaard dat de verdachte dreigde naar haar huis toe te komen, de foto’s te verspreiden en het haar ouders te vertellen als ze niet meer foto’s zou sturen. Deze verklaringen ondersteunen de verklaring van [minderjarig slachtoffer 1] . Dat de rechtbank de verdachte van feiten met betrekking tot deze slachtoffers heeft vrijgesproken betekent niet dat hun verklaringen niet als steunbewijs kunnen worden gebruikt van het onderhavige feit. Temeer niet nu de rechtbank die verklaringen als betrouwbaar heeft beoordeeld.
Het hof is van oordeel dat het feit wettig en overtuigend kan worden bewezen en verwerpt het verweer.
Ten aanzien van 10-228795-24
De raadsman stelt zich op het standpunt dat de verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde, nu zich in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevindt dat de verdachte [minderjarig slachtoffer 3] heeft betaald en als zodanig haar heeft bewogen om hem oraal te bevredigen, dan wel haar borsten en billen aan te raken. Subsidiair voert de raadsman aan dat, voor zover het hof aan zou nemen dat de verdachte [minderjarig slachtoffer 3] geld heeft betaald, niet uitgesloten kan worden dat de verdachte slechts de door [minderjarig slachtoffer 3] gestelde prijs heeft aanvaard en in dat geval het handelen van de verdachte niet kan worden gekwalificeerd als het ten laste gelegde feit.
Het hof overweegt als volgt. De verdachte heeft verklaard dat hij, destijds 30 jaar, een treinkaartje voor de toen 16-jarige [minderjarig slachtoffer 3] heeft betaald waarmee zij op 26 april 2022 naar Rotterdam is gereisd om met hem af te spreken. Bij de verdachte thuis, op zijn slaapkamer, hebben zij op de Playstation spelletjes gespeeld en gezoend. [minderjarig slachtoffer 3] heeft daarentegen verklaard dat zij de verdachte in zijn slaapkamer oraal heeft bevredigd en dat de verdachte haar billen en borsten heeft betast. Zij heeft hiervoor een contant geldbedrag van € 400,- gekregen.
Het hof gaat uit van de juistheid van de verklaring van [minderjarig slachtoffer 3] , omdat het haar verklaring geloofwaardig acht en het dossier daarvoor voldoende steunbewijs bevat. Het hof overweegt daartoe als volgt.
Allereerst komen de gedetailleerde verklaringen van [minderjarig slachtoffer 3] , afgelegd bij de politie en de rechter-commissaris, op essentiële onderdelen overeen. Ze verklaart consistent dat zij met de verdachte had afgesproken dat zij naar Rotterdam zou komen en in ruil voor een geldbedrag seksuele handelingen zou verrichten. Het geldbedrag betrof in eerste instantie
€ 100,-, maar dat werd later € 400,-. Deze verklaring wordt ondersteund door in het dossier aangetroffen chatgesprekken waarin de verdachte zegt dat [minderjarig slachtoffer 3] cash krijgt als ze naar Rotterdam komt, en [minderjarig slachtoffer 3] daarop reageert niet genoegen te nemen met maar € 100,-. Bovendien leidt het hof uit chatgesprekken met andere minderjarige meisjes af dat de verdachte vaker geld aanbood als zij zouden afspreken en hem ‘hoofd zouden geven’, waarbij de verdachte aangeeft liever cash te willen geven dan geld over te maken. Zo ook in het chatgesprek met [minderjarig slachtoffer 3] , waarin zij tegen de verdachte zegt: “Ik dacht dat jij dit soort dingen niet vaker deed met meiden van mijn leeftijd", en in reactie op de vraag van verdachte wat voor dingen ze bedoelt: “Betalen" en “Naar jou laten komen". Dat de verdachte “nou…nee” heeft gereageerd op de vraag van [minderjarig slachtoffer 3] of zij een tikkie zal sturen en de verdachte in de periode van 21 tot en met 27 april 2024 geen € 400,- aan contant geld zou hebben opgenomen van zijn bankrekening staan aan betaling van dat bedrag niet in de weg en maken niet dat de verklaring van [minderjarig slachtoffer 3] om die reden als onaannemelijk terzijde dient te worden geschoven, zoals door de raadsman is betoogd.
De verklaring van [minderjarig slachtoffer 3] vindt bovendien ook steun in het chatgesprek van 18 juli 2023 tussen de verdachte en [naam bekende] , een bekende van [minderjarig slachtoffer 3] , waarin [naam bekende] aangeeft dat ze aan [minderjarig slachtoffer 3] heeft gevraagd of de verdachte goed in bed was. Dat [naam bekende] bij [minderjarig slachtoffer 3] daarnaar heeft geïnformeerd zonder dat er sprake is geweest van een seksuele handeling tussen [minderjarig slachtoffer 3] en de verdachte die verder ging dan zoenen, acht het hof niet aannemelijk.
Het hof komt op grond van het voorgaande tot de conclusie dat de verklaring van [minderjarig slachtoffer 3] niet alleen betrouwbaar is, maar ook op relevante onderdelen steun vindt in andere bewijsmiddelen, waaronder de verklaring van de verdachte zelf. Het tenlastegelegde kan daarom wettig en overtuigend worden bewezen.
Het subsidiaire standpunt van de verdediging dat de verdachte het bod van [minderjarig slachtoffer 3] van
€ 400,- heeft aanvaard, maakt dit oordeel niet anders. [minderjarig slachtoffer 3] heeft consequent verklaard dat het de verdachte was die voorstelde om tegen betaling af te spreken, en dat het initiatief dus van hem uitging. Gelet op hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen is er geen aanleiding om aan de juistheid van die verklaring te twijfelen.
Het hof verwerpt het verweer.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het in de zaak met parketnummer 10-278985-23
onder 2 bewezenverklaarde levert op:
feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
onder 3 bewezenverklaarde levert op:
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;
onder 6 bewezenverklaarde levert op:
door giften of beloften van geld en misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd;
onder 7 bewezenverklaarde levert op:
gegevensdragers bevattende afbeeldingen en video's van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven, vervaardigen en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.
Het in de zaak met parketnummer 10-228795-24 bewezenverklaarde levert op:
door giften van geld een persoon waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen en zodanige handelingen van hem te dulden.
In de zaak met parketnummer 10-278985-23 is ten aanzien van de onder 2 en 6 bewezenverklaarde feiten sprake van eendaadse samenloop met het onder 7 bewezenverklaarde.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan een vijftal ernstige zedendelicten. De verdachte heeft fysiek ontucht gepleegd met een meisje onder de 16 jaar en een ander minderjarig meisje verleid tot het plegen van fysieke ontucht tegen betaling. Daarnaast heeft de verdachte zich in een periode van ruim anderhalf jaar schuldig gemaakt aan verleiding en aanranding, door minderjarige meisjes via sociale media te benaderen en ze door dwang en/of betaling te bewegen om seksuele handelingen bij zichzelf te verrichten en foto’s en video's van zichzelf te maken en naar hem te sturen. De verdachte was op dat moment zelf ongeveer 30 jaar oud. Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het verwerven, vervaardigen en het bezitten van een grote hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen en heeft hij hiervan een gewoonte gemaakt.
De ernst van deze zaak is niet alleen gelegen in het grote aantal feiten en slachtoffers, maar
ook in de manier waarop de verdachte te werk is gegaan. Hij heeft zich enkel laten leiden door zijn eigen lusten en seksuele behoeften en hij heeft op geen enkele wijze rekening gehouden met de minderjarige slachtoffers en de schade die hij hen toebracht. Zelfs wanneer de verdachte wetenschap had van de jonge leeftijd van de slachtoffers, heeft dit hem er niet van weerhouden de strafbare handelingen voort te zetten. Integendeel, de verdachte heeft op een gewiekste manier misbruik gemaakt van de leeftijd en kwetsbaarheid van de meisjes. Zo heeft hij zich jonger voorgedaan en de meisjes via meerdere accounts benaderd. Daarna heeft hij het toegezonden beeldmateriaal zonder medeweten van de slachtoffers opgeslagen, terwijl hij hen verzekerde dat hij dit niet zou doen.
Door de wetgever is de geestelijke en lichamelijke integriteit van jeugdigen uitdrukkelijk beschermd, onder meer omdat zij op seksueel gebied nog niet zijn volgroeid en onvoldoende de emotionele gevolgen van seksueel contact kunnen overzien. Met het plegen van deze feiten heeft de verdachte ernstig inbreuk gemaakt op de geestelijke en lichamelijke integriteit en de normale (seksuele) ontwikkeling van de minderjarige meisjes. In dat verband overweegt het hof dat (jonge) slachtoffers van seksueel misbruik nog geruime tijd kunnen worden geconfronteerd met de gevolgen daarvan. Dit blijkt ook uit de spreekrechtverklaringen van enkele slachtoffers en de toelichtingen op de vorderingen van benadeelde partijen. Ook op latere leeftijd kunnen slachtoffers van zedendelicten nog last krijgen van hetgeen hen is overkomen. Afgezien van het feit dat kinderen van dit soort (online) seksuele benaderingen verschoond behoren te blijven, heeft dit doorgaans ook voor ouders een behoorlijke impact.
Ook het vervaardigen, verwerven en bezitten van kinderporno is bijzonder verwerpelijk, met name omdat bij de vervaardiging van kinderporno kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Het misbruik kan zeer nadelige gevolgen hebben voor deze kinderen en zij kunnen op ernstige wijze worden geschaad in hun verdere ontwikkeling.
Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat de verdachte inzicht heeft getoond in de laakbaarheid van zijn handelen. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij onlangs de ambulante behandeling bij de Waag positief heeft afgerond, dat hij daarin veel heeft geleerd over zijn gedrag en dat hij de ernst van zijn handelen heeft ingezien. Zijn verklaring wordt bevestigd door het verslag d.d. 26 februari 2026 van de Waag en in het voortgangsverslag d.d. 6 oktober 2026 van de reclassering. Uit die verslagen blijkt dat de verdachte zich bewust is van de gevolgen die zijn gedrag voor de slachtoffers heeft gehad, dat hij berouw toont en dat hij inzicht heeft in zijn delict gedrag. Mede op grond daarvan achten de hulpverleners het recidiverisico laag. Het hof betrekt deze omstandigheden bij de strafoplegging en de hieronder genoemde beslissing over de voorlopige hechtenis.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 21 september 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.
Gelet op de ernst en het grote aantal van de feiten acht het hof een langdurige gevangenisstraf passend en geboden. Een deel daarvan zal het hof voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van vijf jaren. Aan het voorwaardelijk deel zal het hof als bijzondere voorwaarden verbinden een meldplicht bij de reclassering en een contactverbod met de slachtoffers. Het hof acht het voldoende om dit contactverbod op te leggen in de vorm van een bijzondere voorwaarde als hier bedoeld en zal aan de verdachte dan ook geen maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht opleggen, nu uit het dossier onvoldoende blijkt van een aanleiding om te veronderstellen dat de verdachte contact zou opnemen met de slachtoffers.
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met oplegging van een tweetal bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 5 jaren een passende en geboden reactie vormt.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv aan de orde is. Het hof adviseert met klem de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf te laten plaatsvinden in de Penitentiaire Inrichting Dordrecht, afdeling zeden, dan wel een soortgelijke afdeling bij een andere Penitentiaire Inrichting.
Voorlopige hechtenis
Naar het oordeel van het hof is de grond voor de voorlopige hechtenis (kort gezegd: de recidivegrond) komen te vervallen, zodat het bevel voorlopige hechtenis zal worden opgeheven.
Vorderingen tot schadevergoeding
In het onderhavige strafproces hebben de volgende slachtoffers zich als benadeelde partij gevoegd:
-
[minderjarig slachtoffer 1] heeft een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder parketnummer 10-278985-23 onder 2 en 7 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 3.512,27;
-
[minderjarig slachtoffer 3] heeft een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder parketnummer 10-278985-23 onder 6 en 7 en onder parketnummer 10-228795-23 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 4.090,34;
-
[minderjarig slachtoffer 5] heeft een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder parketnummer 10-278985-23 onder 7 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 3.500,00;
-
[minderjarig slachtoffer 4] heeft een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder parketnummer 10-278985-23 onder 7 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 1.842,95.
In hoger beroep zijn deze vorderingen aan de orde tot de in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedragen.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De vorderingen van de benadeelde partijen zijn door en namens de verdachte niet betwist.
Materiële schade
Naar het oordeel van het hof hebben de benadeelde partijen [minderjarig slachtoffer 1] en [minderjarig slachtoffer 4] aangetoond dat zij materiële schade hebben geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg van de bewezenverklaarde feiten. De vorderingen van de benadeelde partijen zullen derhalve ten aanzien van de materiële schade (respectievelijk € 12,27 en € 342,95) worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag.
De benadeelde partij [minderjarig slachtoffer 3] heeft vergoeding verzocht van de reis- en parkeerkosten die zij heeft gemaakt om de zitting in de rechtbank bij te wonen. Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat deze kosten niet als materiële schade voor vergoeding in aanmerking komen, gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLl:NL:HR:2025:3340). Daarin is immers overwogen dat op grond van artikel 238 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering reis- en verblijfkosten slechts voor vergoeding in aanmerking komen voor zover in persoon – dat wil zeggen: zonder gemachtigde (advocaat) – wordt geprocedeerd. Procedeert de benadeelde partij met een gemachtigde, dan komen slechts de kosten voor salaris en noodzakelijke verschotten van de gemachtigde voor vergoeding in aanmerking, en dus niet ook de in artikel 238 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde kosten van de benadeelde partij. De benadeelde partij zal ten aanzien van de materiële schade niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Immateriële schade
Ten aanzien van de immateriële schade overweegt het hof als volgt. Artikel 6:106, eerste lid aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) brengt mee dat de benadeelde partijen recht hebben op een naar billijkheid vast te stellen immateriële schadevergoeding indien zij ten gevolge van het strafbare feit lichamelijk letsel hebben opgelopen, in hun eer of goede naam zijn geschaad of op andere wijze in hun persoon zijn aangetast. Van lichamelijk letsel of een aantasting in de eer of goede naam is in dit geval geen sprake.
Van de in art. 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in de persoon 'op andere wijze' is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in art. 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon 'op andere wijze' sprake is. In zo’n geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Van een aantasting in de persoon 'op andere wijze' als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW is niet reeds sprake bij de enkele schending van een fundamenteel recht.
Alle vier hiervoor genoemde benadeelde partijen hebben vergoeding van immateriële schade gevorderd. Het hof is van oordeel dat de aard en de ernst van de normschendingen in dit geval steeds meebrengen dat de in dit verband nadelige gevolgen voor de benadeelden zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon 'op andere wijze' kan worden aangenomen. Hierbij heeft het hof mede acht geslagen op hetgeen tijdens de behandeling ter terechtzitting en hetgeen tijdens de uitoefening van het spreekrecht naar voren is gebracht. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat de benadeelde partijen immateriële schade hebben geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van de bewezenverklaarde feiten. Bij de begroting van die naar billijkheid vast te stellen schade, heeft het hof acht geslagen op alle omstandigheden van de gevallen en de schadevergoeding die in vergelijkbare gevallen door rechters worden opgelegd. Hetgeen de advocaat-generaal en de advocaat van de benadeelde partijen hebben aangevoerd, geeft het hof geen aanleiding tot toewijzing van een hoger bedrag. Het hof komt dan ook tot dezelfde beslissing als de rechtbank. De vorderingen lenen zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot:
-
in de zaak van [minderjarig slachtoffer 1] , een bedrag van € 2.000,00;
-
in de zaak van [minderjarig slachtoffer 3] , een bedrag van € 3.000,00;
-
in de zaak van [minderjarig slachtoffer 5] , een bedrag van € 2.000,00;
-
in de zaak van [minderjarig slachtoffer 4] , een bedrag van € 1.500,00,
te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over deze bedragen tot aan de dag der algehele voldoening.
Voor het overige levert de behandeling van de vorderingen van de benadeelde partijen naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen tot vergoeding van de geleden schade. Deze kunnen in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Proceskosten
Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vorderingen hebben gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil ten aanzien van [minderjarig slachtoffer 3] en [minderjarig slachtoffer 5] , op € 350,00 ten aanzien van [minderjarig slachtoffer 4] en op € 250,00 ten aanzien van
[minderjarig slachtoffer 1] , en in de kosten die de benadeelde partijen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.
Betaling aan de Staat ten behoeve van de slachtoffers
Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 2.012,27 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [minderjarig slachtoffer 1] .
Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 3.000,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [minderjarig slachtoffer 3] .
Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 2.000,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [minderjarig slachtoffer 5] .
Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 1.842,95 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [minderjarig slachtoffer 4] .
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 55, 57, 240b, 245, 246 en 248a van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissingen tot vrijspraak ter zake van:
-het in de zaak met parketnummer 10-278985-23 onder 1, 4 en 5 tenlastegelegde;
-het in de zaak met parketnummer 10-278985-23 onder 6 impliciet cumulatief tenlastegelegde ten aanzien van [naam minderjarige 1] , [naam minderjarige 2] , [naam minderjarige 3] , [naam minderjarige 4] , [naam minderjarige 5] , [naam minderjarige 6] , [naam minderjarige 7] en [naam minderjarige 8] ;
-het in de zaak met parketnummer 10-278985-23 onder 7 impliciet cumulatief tenlastegelegde ten aanzien van een cloudstorage [cloudstorage] ;
Vernietigt het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10-278985-23 onder 2, 3, 6 en 7 en in de zaak met parketnummer 10-228795-24 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 10-278985-23 onder 2, 3, 6 en 7 en in de zaak met parketnummer 10-228795-24 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Heft op het door de rechtbank gegeven bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de door de rechtbank opgelegde bijzondere voorwaarden.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 (achtenveertig) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 5 (vijf) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel gedurende de proeftijd de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering verantwoord vindt:
-
de veroordeelde zich zal melden bij Reclassering Nederland (Zuid-West) op de Marconistraat 2 te Rotterdam en zich blijft melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
-
de veroordeelde op geen enkele wijze contact zal leggen of laten leggen met:
o [minderjarig slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum 5] 2012);
o [minderjarig slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2007);
o [minderjarig slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] 2008);
o [minderjarig slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum 6] 2009);
o [minderjarig slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum 7] 2007); en
o [minderjarig slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 4] 2005);
- de veroordeelde:
-
digitale omgevingen zal vermijden waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
-
digitale omgevingen zal vermijden waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
-
geen gebruik zal maken van virtuele machines, versleutelprogramma's (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
-
inzicht zal geven in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder a en b zal vermijden en zal bespreken hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen a. tot en met c. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de veroordeelde in gebruik heeft.
De veroordeelde werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de veroordeelde in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de veroordeelde de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.
De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal zes keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de veroordeelde zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de veroordeelde.
Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:
-
meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
-
meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dat noodzakelijk vindt.
Geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Vordering van de benadeelde partij [minderjarig slachtoffer 1]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [minderjarig slachtoffer 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-278985-23 onder 2 en 7 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 2.012,27 (tweeduizend twaalf euro en zevenentwintig cent), bestaande uit € 12,27 (twaalf euro en zevenentwintig cent) materiële schade en
€ 2.000,00 (tweeduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op
€ 250,00 (tweehonderdvijftig euro).
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [minderjarig slachtoffer 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-278985-23 onder 2 en 7 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 2.012,27 (tweeduizend twaalf euro en zevenentwintig cent), bestaande uit € 12,27 (twaalf euro en zevenentwintig cent) materiële schade en € 2.000,00 (tweeduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 20 (twintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 10 november 2025 en van de immateriële schade op 2 mei 2023.
Vordering van de benadeelde partij [minderjarig slachtoffer 3]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [minderjarig slachtoffer 3] ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-278985-23 onder 6 en 7 en in de zaak met parketnummer 10-228795-24 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 3.000,00 (drieduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [minderjarig slachtoffer 3] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-278985-23 onder 6 en 7 en in de zaak met parketnummer 10-228795-24 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 3.000,00 (drieduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 30 (dertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 26 april 2022.
Vordering van de benadeelde partij [minderjarig slachtoffer 5]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [minderjarig slachtoffer 5] ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-278985-23 onder 7 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 2.000,00 (tweeduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [minderjarig slachtoffer 5] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-278985-23 onder 7 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 2.000,00 (tweeduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 20 (twintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 11 juli 2023.
Vordering van de benadeelde partij [minderjarig slachtoffer 4]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [minderjarig slachtoffer 4] ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-278985-23 onder 7 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 1.842,95 (duizend achthonderdtweeënveertig euro en vijfennegentig cent), bestaande uit € 342,95 (driehonderdtweeënveertig euro en vijfennegentig cent) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op
€ 350,00 (driehonderdvijftig euro).
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [minderjarig slachtoffer 4] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-278985-23 onder 7 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.842,95 (duizend achthonderdtweeënveertig euro en vijfennegentig cent), bestaande uit € 342,95 (driehonderdtweeënveertig euro en vijfennegentig cent) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 18 (achttien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 1 december 2025 en van de immateriële schade op 25 juni 2023.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Dit arrest is gewezen door mr. G. Knobbout, als voorzitter, mr. L.C. van Walree en
mr. S.M. Krans, leden, in bijzijn van de griffier mr. R.E. Jonkhoff.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 30 oktober 2026.