Strafrecht overig

Dagvaarding partieel nietig, nu uit het dossier niets blijkt van betrokkenheid van andere kinderen dan de met…

Gerechtshof Den Haag, 30 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 30 oktober 2026 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
30 oktober 2026
Datum publicatie
3 november 2026
Zaaknummer
22-002789-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2026:3160
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dagvaarding partieel nietig, nu uit het dossier niets blijkt van betrokkenheid van andere kinderen dan de met name genoemden. Vrijspraak voor het primair tenlastegelegde (het seksueel corrumperen van minderjarigen). Veroordeling voor schennis van de eerbaarheid.

Uitspraak

Rolnummer: 22-002789-25

Parketnummer: 09-078377-25

Datum uitspraak: 30 oktober 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 16 september 2025 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Afghanistan) op [geboortedatum] 1963,

adres: [woonadres] , [woonplaats] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren te vervangen door 50 dagen hechtenis, waarvan 40 uren te vervangen door 20 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met bijzondere voorwaarden als omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

primair
hij op of omstreeks 13 maart 2025 te 's-Gravenhage een of meer kind(eren) beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [naam minderjarige 1] en/of [naam minderjarige 2] en/of [naam minderjarige 3] en/of [naam minderjarige 4] en/of één of meer onbekend gebleven kind(eren), getuige heeft doen zijn van een handeling en/of een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door zich af te trekken in de nabijheid van dat/die kind(eren) (te weten in de achterbak/achterklep van de auto terwijl voornoemd(e) kind(eren) zich in die auto bevond(en));

subsidiair
hij op of omstreeks 13 maart 2025 te 's-Gravenhage opzettelijk in het openbaar, te weten op een parkeerplaats (gelegen aan de Oude Haagweg) een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten

- het uit zijn broek halen van zijn, verdachtes, geslachtsdeel en/of

- het zichzelf aftrekken.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het primair zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, te vervangen door 20 dagen hechtenis en met oplegging van bijzondere voorwaarden.

Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Geldigheid van de dagvaarding

De raadsman van de verdachte heeft betoogd dat de dagvaarding voor zover het ziet op de zinsnede ‘en/of één of meer onbekend gebleven kind(eren)’ in het primair tenlastegelegde nietig dient te worden verklaard.

Dit verweer slaagt. Het hof stelt vast dat de zinsnede ‘en/of één of meer onbekend gebleven kind(eren)’ in de tenlastelegging niet nader is omschreven en dat het dossier enkel ziet op de vier kinderen die in de taxibus van de verdachte zaten. Het dossier maakt geen melding van andere kinderen die met het gedrag van de verdachte zouden kunnen zijn geconfronteerd. Hierdoor is de tenlastelegging op dit onderdeel onvoldoende feitelijk en duidelijk. Het hof zal daarom het deel van de dagvaarding onder het primaire feit dat ziet op de zinsnede ‘en/of één of meer onbekend gebleven kind(eren)’ nietig verklaren.

Vrijspraak (primair)

Het hof stelt voorop dat in artikel 251 lid 1 aanhef en onder b van het Wetboek van Strafrecht het seksueel corrumperen van kinderen strafbaar wordt gesteld. In de wetsgeschiedenis staat beschreven dat strafbaar is degene die een kind beneden de leeftijd van zestien jaren (of een persoon die zich als zodanig voordoet) getuige doet zijn van een handeling of een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking. Het kind dient getuige te zijn van een handeling van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking en de dader dient het kind getuige te laten zijn van die handeling.

Niet kan worden vastgesteld dat één van de kinderen in de taxibus van de verdachte getuige was van seksuele handelingen. Er zijn geen bewijsmiddelen waaruit zou kunnen volgen dat de kinderen op enigerlei wijze de door de verdachte uitgevoerde seksuele handelingen hebben waargenomen. Het ten laste gelegde onderdeel “dat de verdachte een kind getuige heeft doen zijn van een handeling van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking” kan daarom niet worden bewezen. Nu geen van de kinderen een seksuele handeling van de verdachte heeft waargenomen en er dus geen bewijsbaar gevolg is ingetreden van het handelen van de verdachte, kan ook geen sprake zijn van de door de politierechter gehanteerde en door de advocaat-generaal voorgestelde constructie met voorwaardelijk opzet. Derhalve is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

subsidiair
hij op of omstreeks 13 maart 2025 te 's-Gravenhage opzettelijk in het openbaar, te weten op een parkeerplaats (gelegen aan de Oude Haagweg), een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten

- het uit zijn broek halen van zijn, verdachtes, geslachtsdeel en/of

- het zichzelf aftrekken.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het subsidiair bewezenverklaarde levert op:

het opzettelijk in het openbaar verrichten van handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op een parkeerplaats en zichtbaar voor anderen afgetrokken. Hoewel het hof niet bewezen heeft verklaard dat de verdachte kinderen getuige heeft laten zijn van dit gedrag, heeft hij dit gedrag wel verricht in de directe omgeving van kwetsbare kinderen die hij vanuit zijn werk als taxichauffeur moest vervoeren. Dusdanig gedrag geeft aanstoot aan de algemene publieke moraal en is hinderlijk voor willekeurige voorbijgangers, zoals de getuige die het voorval gezien heeft.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 2 oktober 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.

Het hof heeft voorts acht geslagen op een reclasseringsrapport van 20 augustus 2025.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een voorwaardelijke taakstraf in combinatie met een geldboete van na te melden hoogte een passende en geboden reactie vormen. Het hof ziet geen aanleiding om bijzondere voorwaarden aan het voorwaardelijk strafdeel te verbinden, nu de verdachte niet meer werkt als taxichauffeur en zijn taxibus heeft verkocht.

Bij de vaststelling van de geldboete is rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24, 24c en 254b van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is gewezen door mr. G. Knobbout, als voorzitter, en mr. S.M. Krans en
mr. M.A.C.L.M. Bonn, leden, in bijzijn van de griffier mr. R. Rakić-Dieteren.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 30 oktober 2026.

Mr. M.A.C.L.M. Bonn is buiten staat dit arrest te ondertekenen.