Strafrecht overig

Raadsheer berust in wraking

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 oktober 2025

Zaakgegevens

Op 8 oktober 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
8 oktober 2025
Datum publicatie
24 april 2026
Zaaknummer
W200.359.527
Procedure
Wraking
Advocaat
mr. B.J. de Pree
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:8761
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Raadsheer berust in wraking

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

wrakingskamer

zaaknummer gerechtshof W200.359.527/01

beslissing van 8 oktober 2025

op het verzoek van:

[naam] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker in het wrakingsincident

hierna: verzoeker,

advocaat: mr. B.J. de Pree, kantoorhoudend te Utrecht,

dat strekt tot wraking ingevolge artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

mr. L.G. Wijma,

raadsheer in dit hof, locatie Leeuwarden.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Bij de afdeling strafrecht van het hof is onder parketnummer 21-002526024 een strafzaak aanhangig tegen verzoeker.

1.2

Op 24 september 2025 heeft een mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden voor de strafkamer van dit hof. Aanwezig waren mr. E. de Witt, voorzitter, en mrs. L.G. Wijma en M.J.F. van der Wolf, raadsheren. Het openbaar ministerie werd vertegenwoordigd door mr. M. Klappe, advocaat-generaal. Verder waren aanwezig verzoeker en diens raadsman, mr. B.J. de Pree. Verzoeker heeft tijdens deze mondelinge behandeling mr. L.G. Wijma gewraakt. De voorzitter heeft hierop de behandeling van de zaak geschorst. Het van deze mondelinge behandeling opgemaakte proces-verbaal bevindt zich bij de stukken.

1.3

Mr. L.G. Wijma heeft per e-mailbericht van 1 oktober 2025 de griffier van de wrakingskamer te kennen gegeven dat hij berust in de wraking.

2 De beoordeling van het verzoek

2.1

Nu mr. L.G. Wijma heeft berust in de wraking, heeft verzoeker bereikt wat met een wrakingsverzoek wordt beoogd, namelijk dat de gewraakte raadsheer de zaak niet meer behandelt. De wrakingskamer komt dan ook niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek. Verzoeker is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Een mondelinge behandeling kan daarom achterwege blijven.

De beslissing

Het gerechtshof (wrakingskamer):

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek.

Deze beslissing is gegeven door mr. J.H. Kuiper, voorzitter van de wrakingskamer, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2025.