Tenlastelegging
Aan de verdachte is - na aanpassing van de omschrijving van de tenlastelegging op de voet van artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering - tenlastegelegd dat
Hij,
op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1
januari 2020 tot en met 1 februari 2023, te 's-Gravenhage en/of
Nieuwersluis en/of (elders) in Nederland en/of Turkije en/of Spanje,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
meermalen, althans eenmaal,
(telkens) van één of meer voorwerp(en), te weten:
een geldbedrag van (ongeveer) EUR 6.500.000,-, althans (een) of meer
(ander) (contant gestort(e)) geldbedrag(en) en/of een hoeveelheid
bitcoins, en/of andere cryptovaluta,
de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de
vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld,
dan wel heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op
dat /die geldbedrag(en) is/zijn, en/of heeft verborgen en/of heeft
verhuld wie dat/die geldbedrag(en) voorhanden had(den),
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft
overgedragen en/of heeft omgezet, en/of daarvan gebruik heeft
gemaakt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), dat
dat/die geldbedrag(en) (geheel of gedeeltelijk) - onmiddellijk óf
middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,
terwijl hij, verdachte, en zijn mededader(s), van het plegen van
witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt;
Artikel 420bis Wetboek van Strafrecht
Artikel 420ter Wetboek van Strafrecht
Hij,
op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1
januari 2020 tot en met 1 februari 2023 te 's-Gravenhage en/of
Nieuwersluis en/of (elders) in Nederland,
leiding heeft gegeven aan, althans heeft deelgenomen aan een
organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke
personen en rechtspersonen, te weten onder meer verdachte, en/of
[persoon 1] en/of [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of
[bedrijf 3] en/of [bedrijf 4] en/of [persoon 2], en/of [persoon 3] en/of
[persoon 4],
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten
de misdrijven omschreven in:
- artikel 420bis/ter Wetboek van Strafrecht ((gewoonte)witwassen);
- artike1225 Wetboek van Strafrecht (valsheid in geschrifte);
- artikel 285a Wetboek van Strafrecht (beïnvloeden getuigen);
Artikel 140 leden 1 en 2 Wetboek van Strafrecht
Hij,
op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1
november 2022 tot en met 1 februari 2023 te 's-Gravenhage en/of
Nieuwersluis en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met
(een) ander(en), althans alleen,
een of meerdere geschrift(en) die bestemd was/waren om tot bewijs van
enig feit te dienen, te weten:
1.een (huur)overeenkomst woonruimte [adres A.] tussen [verdachte] en [persoon 5] en/of [persoon 6] d.d. [dag] 2022 ([doc], p. 1 t/m 7); en/of
2. een (huur)overeenkomst woonruimte [adres B.] tussen [verdachte] en [persoon 7] d.d. [dag] 2022 ([doc], p. 1
t/m 7); en/of
3. een (huur)overeenkomst woonruimte [adres C.] tussen [verdachte] en [persoon 8] en/of
[persoon 9] d.d. [dag]
2022 ([doc], p. 1 t/m 7),
valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, en/of valselijk heeft doen en/of
laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen door (een) ander(en),
door (telkens) op die overeenkomst(en) valselijk in strijd met de
waarheid te vermelden en/of doen vermelden en/of laten vermelden dat
[verdachte] de verhuurder van de bovengenoemde onroerende za(a)k(en)
was, terwijl [verdachte] in werkelijkheid niet de verhuurder van de
bovengenoemde onroerende za(a)k(en) was,
zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en
onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
Artikel225 lid 1 Wetboek van Strafrecht
Hij,
op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1
november 2022 tot en met 1 februari 2023 te 's-Gravenhage en/of
Nieuwersluis en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met
(een) ander(en), althans alleen,
de onder 1 tot en met 3 genoemde valse en/of valselijk opgemaakte
overeenkomsten,
voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes,
mededader(s) wist(en) en/of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat
dit/deze geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware het echt
en onvervalst;
Artikel 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht
Hij,
op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1
november 2022 tot en met 1 februari 2023 te 's-Gravenhage en/of
Nieuwersluis en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met
(een) ander(en), althans alleen,
zich opzettelijk, al dan niet door tussenkomst van een/of meer
mededader(s), mondeling en/of door gebaren en/of bij geschrift of
afbeelding(en) jegens [persoon 10 en/of persoon 11 en/of persoon 12] heeft/hebben geuit, kennelijk om diens vrijheid om naar
waarheid of geweten ten overstaan van een ambtenaar een verklaring af
te leggen te beïnvloeden,
terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), ernstige reden
had/hadden te vermoeden dat die verklaring(en) zou(den) worden
afgelegd, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of haar mededader(s)
opzettelijk tegen [persoon 10 en/of persoon 11 en/of persoon 12]
gezegd, althans, in woord of geschrift of afbeelding bij hen aangegeven,
dat:
- hij/zij ([persoon 10 en/of persoon 11 en/of persoon 12]) moet(en)
zeggen dat verdachte [persoon 1] niet heeft gehandeld uit of in naam van
[bedrijf 1] en/of dat [persoon 1] niet als contactpersoon van [bedrijf 1] fungeerde; en/of
- hij/zij ([persoon 10 en/of persoon 11 en/of persoon 12]) moet(en)
zeggen dat medeverdachte [verdachte] niet heeft gehandeld uit of in naam
van [bedrijf 1] en/of dat [verdachte] niet als contactpersoon van [bedrijf 1] fungeerde; en/of
- hij/zij ([persoon 10 en/of persoon 11 en/of persoon 12]) moet(en)
zeggen dat [persoon 2] de persoon achter [bedrijf 1] is en/of dat zij
de facturen vanuit [bedrijf 1] van [persoon 2] hebben ontvangen;
en/of
- hij/zij ([persoon 10 en/of persoon 11 en/of persoon 12]) moet(en)
zeggen dat hij alleen heeft gehandeld met [persoon 2] en/of dat [persoon 2] de contactpersoon van [bedrijf 1] is; en/of
- hij/zij ([persoon 10 en/of persoon 11 en/of persoon 12]) moet(en)
zeggen dat hij [persoon 2] (steeds) heeft/hebben ontmoet in het
koffiehuisen/of dat zij daarom geen telefonische en/of e-mail contacten
met genoemde [persoon 2] hebben onderhouden; en/of
- hij/zij ([persoon 10 en/of persoon 11 en/of persoon 12]) moet(en)
zeggen hoe [persoon 2] eruit ziet en/of dat zij hem herkennen van een
(eventueel) getoonde foto;
Artikel 285a Wetboek van Strafrecht
Feit 5. (zaaksdossier 06-02)
Hij,
op of omstreeks 1 februari 2023 te 's-Gravenhage en/of (elders) in
Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,
een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te
weten
- één pistool, van het merk Ceska Zbrojovka (CZ), type VZOR 50, kaliber
7.65
mm,
en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten:
- 7 stuks kogelpatronen van het merk Fabrique National (FN), kaliber
7.65
mm, en/of
- 14 stuks kogelpatronen van het merk Sellier & Bellot (S&B), kaliber 9
mm(9x19),
voorhanden heeft/hebben gehad;
Artikel 26 lid 1 jo. artikel 55 Wet Wapens en Munitie
Hij,
op of omstreeks 1 februari 2023 te 's-Gravenhage en/of (elders) in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk aanwezig heeft gehad
- grote hoeveelheden (in elk geval ongeveer 5.000 XTC pillen, althans van
een gewicht van in totaal 1.746 gram) van een materiaal bevattende
MDMA, zijnde amfetamine en/of MDMA, (telkens) een middel als
bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen
krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Artikel 10 lid 3 jo. artikel 2 aanhef onder c Opiumwet
Strafmotivering
Het hof heeft kennisgenomen van de aan de voorzitter van het hof gerichte brief van de advocaat-generaal van 23 januari 2026 inhoudende de door advocaat-generaal, de verdachte en de raadsman in de onderhavige zaak gemaakte en ondertekende procesafspraken, met daarin vervat het door partijen voorgestane afdoeningsvoorstel.
De procesafspraken luiden als volgt:
1. in deze zaak kan een bewezenverklaring volgen conform het vonnis van de
rechtbank;
2. het openbaar ministerie eist voor de tenlastegelegde feiten een
gevangenisstraf van 3,5 jaar;
3. een ontzetting van het recht tot het uitoefenen van enig beroep als bestuurder van
een vennootschap voor de duur van drie jaar;
4. de aangekondigde ontneming van [verdachte] wordt niet aanhangig gemaakt;
5. beslagbeslissingen conform vonnis;
6. de verdediging doet afstand van reeds ingediende onderzoekswens en zal geen
nadere en/of nieuwe onderzoekswensen indienen.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal conform de hiervoor weergegeven procesafspraken gerekwireerd.
De raadsman heeft zich – bij wijze van pleidooi – aan de vordering van de advocaat-generaal gerefereerd.
Kan het hof acht slaan op de procesafspraken?
De Hoge Raad heeft in het arrest van 27 september 2022 (ECLI:NL:HR:2022: 1252) overwogen dat de rechter alleen acht kan slaan op een door het openbaar ministerie en de verdediging opgesteld afdoeningsvoorstel als gewaarborgd is dat wordt voldaan aan de eisen die artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) stelt. Deze waarborg is in het bijzonder van belang omdat in de regel mede van een afdoeningsvoorstel deel uitmaakt de afspraak dat de verdachte afziet van de uitoefening van bepaalde aan hem toekomende verdedigingsrechten.
De verdachte was samen met zijn raadsman aanwezig op de terechtzitting in hoger beroep van 12 mei 2026. Op die terechtzitting zijn de procesafspraken besproken met de verdachte. Op basis van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep is het hof van oordeel dat de verdachte in de concrete omstandigheden van het geval vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan het afdoeningsvoorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van verdere verdedigingsrechten.
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het acht kan slaan op de voorliggende procesafspraken (het afdoeningsvoorstel).
Overwegingen ten aanzien van de gevangenisstraf
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die zich gedurende een periode van drie jaar bezig heeft gehouden met het plegen van gewoontewitwassen voor een bedrag van minimaal € 4.500.000,-, valsheid in geschrift en het beïnvloeden van getuigen. In dat kader is een grote girale geldstroom met een contante oorsprong op gang gebracht, die werd afgedekt door middel van valse facturen. De giraal gemaakte geldbedragen werden vervolgens via een bedrijf, dat enkel werd gebruikt als witwasvehikel. doorgestort naar met name bankrekeningen in het buitenland. De verdachte vervulde een centrale rol bij het plegen van deze feiten en trachtte op de geschetste wijze namens de organisatie en buiten het zicht van de overheid zaken te doen en criminele transacties uit te voeren.
Witwassen op deze schaal vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Geld dat wordt verdiend door het plegen van strafbare feiten maakt deel uit van het zwartgeldcircuit en heeft een ontwrichtende werking op de samenleving. Witwassen leidt er namelijk toe dat uit misdrijf verkregen geld een schijnbaar legale herkomst krijgt, waarna de pleger van het misdrijf vrijelijk en ogenschijnlijk legaal over het geld kan beschikken. Dit alles gaat ten koste van de samenleving.
Nadat één van de medeverdachten was aangehouden heeft de verdachte, in een poging om de financiële belangen van de organisatie veilig te stellen, op onaanvaardbare wijze geprobeerd de uitkomst van de strafzaak te beïnvloeden door drie getuigen instructies te geven over wat zij ten gunste van hem, verdachte en bedoelde medeverdachte moesten verklaren in hun verhoren. Dat getuigen in een strafzaak in vrijheid en onbelemmerd kunnen verklaren is van het grootste belang voor de waarheidsvinding en het eerlijke verloop van een strafprocedure. Door die vrijheid aan te tasten wordt de rechtsorde ondermijnd.
Ten slotte heeft de verdachte een vuurwapen, (bijbehorende) munitie en ongeveer 5.000 XTC pillen in zijn woning voorhanden gehad. Het ongecontroleerde bezit van een vuurwapen en munitie brengt gevoelens van onveiligheid in de samenleving met zich. Het is algemeen bekend dat drugs, mede vanwege de verslavende werking ervan, schadelijk zijn voor de gezondheid van gebruikers. Bovendien gaat het gebruik ervan niet zelden gepaard met criminaliteit die schade en overlast veroorzaakt.
Het hof heeft voorts acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 28 april 2026 waaruit blijkt dat de verdachte meermalen onherroepelijk is veroordeeld.
Tevens betrekt het hof bij zijn oordeel hetgeen de verdachte omtrent zijn persoonlijke omstandigheden ter terechtzitting in hoger beroep naar voren heeft gebracht, namelijk dat hij is geplaatst op de Beperkt Beveiligde Afdeling (BBA) van de gevangenis waar hij gedetineerd is en dat hij zes dagen per week werkt als autopoetser teneinde een betere uitgangspositie te krijgen om na detentie succesvol te re-integreren in de samenleving.
De door het hof vervolgens te beantwoorden vraag is of het afdoeningsvoorstel voor wat betreft de op te leggen straf in een redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak zoals die is gebleken uit de processtukken en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep. Het hof beantwoordt die vraag bevestigend.
Het hof zal dan ook de tussen de advocaat-generaal en de verdachte en zijn raadsman overeengekomen procesafspraken volgen en aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaren en zes maanden opleggen, met aftrek van voorarrest.