Strafrecht overig

Wrakingsverzoek gericht tegen leden van de wrakingskamer. Verzoekster niet-ontvankelijk.

Zaakgegevens

Op 25 juli 2024 heeft het Gerechtshof Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
25 juli 2024
Datum publicatie
3 september 2025
Zaaknummer
200.343.254/02
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:2868
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Wrakingsverzoek gericht tegen leden van de wrakingskamer. Verzoekster niet-ontvankelijk.

Uitspraak

Inhoudsopgave

GERECHTSHOF DEN HAAG

Zaaknummer huidig wrakingsverzoek : 200.343.254/02

Zaaknummer hoofdzaak : 200.343.254/01

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van 25 juli 2024

inzake het op 17 juli 2024 schriftelijk ingediende verzoek tot wraking, gedaan door:

[verzoekster] ,

hierna te noemen: verzoekster.


Het geding

1. Op 17 april 2024 heeft de griffie van de afdeling strafrecht een klaagschrift ex artikel 12 Wetboek van Strafvordering (Sv) van verzoekster ontvangen. Door het hof is aan de advocaat-generaal gevraagd om in die zaak een schriftelijk advies uit te brengen aan het hof.

2. Op 29 april 2024 heeft verzoekster een e-mail verzonden aan de wrakingskamer van het hof waarin zij ‘Alle leden die de beklagkamer van de afdeling strafrecht vormen’, wraakt. Op 1 mei 2024 heeft verzoekster een verzoek tot wraking van de wrakingskamer ingediend. Zij heeft in een latere e-mail dit verzoek aangevuld.

3. Bij beslissing van 10 mei 2024 heeft de wrakingskamer verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot wraking van alle leden van de beklagkamer van het Gerechtshof Den Haag en het verzoek tot wraking van de wrakingskamer afgewezen. De beslissing op deze twee wrakingsverzoeken (beslissing I) is bekend onder nummer 200.340.937/01.

4. Op 2 juli 2024 heeft verzoekster opnieuw een e-mail verzonden aan de wrakingskamer van het hof waarin zij ‘De art. 12 Sv beklagkamer in K24/220141’, wraakt. Zij heeft in latere e-mails dit verzoek aangevuld.

5. Op 16 juli 2024 heeft de wrakingskamer verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in dit verzoek tot wraking van de art. 12 beklagkamer. Deze beslissing (II) is bekend onder nummer 200.343.254/01.

6. Op 17 juli 2024 heeft verzoekster weer een e-mail verzonden aan de wrakingskamer van het hof waarin zij de raadsheren W.J. van Boven, E.C. van Veen en J.W. Frieling, wraakt. Dit betreffen de voorzitter en de leden van de wrakingskamer die de beslissing op 16 juli 2024 (beslissing II) hebben genomen. Verzoekster heeft in e-mails van 18 juli 2024 en 19 juli 2024 dit verzoek aangevuld.

Beoordeling van de ontvankelijkheid

7. Op grond van artikel 512 Sv kan op verzoek van de verdachte (of klager in geval van een artikel 12 Sv procedure) elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.

8. Het huidige wrakingsverzoek is gericht tegen de leden van de wrakingskamer die op 16 juli 2024 beslissing II hebben genomen. Verzoekster heeft dit verzoek dus ingediend nadat de wrakingsbeslissing was genomen, namelijk op 17 juli 2024.

9. Aangezien de wet niet voorziet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de (wrakings)zaak is geëindigd door het nemen van een eindbeslissing, wraking te verzoeken van de rechters die deze beslissing hebben genomen, is verzoekster om die reden niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek.

10. Artikel 4, lid 2 aanhef en sub c van het Wrakingsprotocol gerechtshof Den Haag bepaalt

dat de wrakingskamer de mogelijkheid heeft om kennelijk niet-ontvankelijke

wrakingsverzoeken zonder mondelinge behandeling af te doen indien het verzoek is

ingediend na het tijdstip waarop in de hoofdzaak einduitspraak is gedaan. Nu aanstonds

duidelijk is dat verzoeker niet-ontvankelijk is in haar wrakingsverzoek, zal worden afgezien van een mondelinge behandeling van het verzoek.

Beslissing

Het hof:

  • verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking;

  • bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan

verzoekster, de raadsheren van wie wraking is verzocht en de advocaat-generaal.

Deze beslissing is gegeven op 25 juli 2024 door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville,

I. Reijngoud en O.E.M. Leinarts, in aanwezigheid van de griffier mr. A.M. Grasman.