Strafrecht overig
Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 8.40, eerste lid. van de Wet milieubeheer…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21 maart 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:2344 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2025-2344
Zaakgegevens
Op 21 maart 2025 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 21 maart 2025
- Datum publicatie
- 29 augustus 2025
- Zaaknummer
- 20-003311-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2025:2344
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 8.40, eerste lid. van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan.
Uitspraak
Parketnummer : 20-003311-23
Uitspraak : 21 maart 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de economische kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 23 november 2023, in de strafzaak met parketnummer 82-189785-22 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,
volgens eigen opgave ter terechtzitting zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, maar ingeschreven en bereikbaar op het adres:
[adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 8.40, eerste lid. van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan (artikel 3.54d Activiteitenbesluit milieubeheer)’ veroordeeld tot een geldboete van € 750,-, subsidiair 15 dagen hechtenis.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De verdachte heeft het tenlastegelegde feit ter terechtzitting bekend. Hij heeft geen verweren gevoerd waarop het hof dient te responderen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door:
mr. A.R. Hartmann, voorzitter,
mr. A.J. Henzen en mr. W.F. Koolen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. I. Kroes, griffier,
en op 21 maart 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Henzen en mr. Koolen zijn buiten staat dit arrest mede ondertekenen.