Strafrecht overig
Winkeldiefstal onvoorwaardelijke gevangenisstraf 1 maand
ECLI:NL:GHSHE:2026:2155 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 27 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2026-2155
Zaakgegevens
Op 27 juli 2026 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 27 juli 2026
- Datum publicatie
- 5 augustus 2026
- Zaaknummer
- 20-002999-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2026:2155
Samenvatting
Winkeldiefstal
onvoorwaardelijke gevangenisstraf 1 maand
Uitspraak
Inhoudsopgave
Parketnummer : 20-002999-25
Uitspraak : 27 juli 2026
VERSTEK (dip)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 25 november 2025, parketnummer 03-228945-25 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummer 03-135588-25, in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
wonende te [adres 1]
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van ‘diefstal’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand. Voorts heeft de politierechter de tenuitvoerlegging gelast van de onder parketnummer 03-135588-25 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het aan de verdachte tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand. Tevens is gevorderd de tenuitvoerlegging te gelasten van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 28 augustus 2025 te Roermond twee doosjes Gilette scheermesjes, in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele aan Kruidvat, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om die/het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 28 augustus 2025 te Roermond twee doosjes Gilette scheermesjes, die geheel aan Kruidvat toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Tenzij anders vermeld wordt hierna verwezen naar pagina’s van het dossier van de politie-eenheid Limburg, registratienummer PL2300-2025145907, gesloten d.d. 24 september 2025, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , hoofdagent van politie (digitale dossierpagina’s 1-27). Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 28 augustus 2025 (pg. 5-7), inhoudende de verklaring van aangever [aangever] :
Hij deed aangifte namens slachtoffer Kruidvat, gevestigd op [adres 2] te Roermond.
Plaats delict: [adres 2] te Roermond (Kruidvat)
Pleegdatum/tijd: Tussen donderdag 28 augustus 2025 om 14:25 uur en donderdag 28 augustus 2025 om 14:38 uur
Ik doe aangifte van diefstal. Aan niemand is het recht of toestemming gegeven voor het plegen van dit feit. De goederen zijn door de verdachte(n) uit het zicht gebracht. 2 doosjes met scheermesjes in zijn broekzak gestopt. In beide 1 doosje. De verdachte(n) passeerde(n) de kassa zonder de goederen ter betaling aan te bieden. Bij het uitvoeren van een zelfscan controle bleek dat niet alle goederen waren gescand door de verdachte(n). Hij liep zonder te betalen voorbij de detectiepoortjes. De volgende goederen zijn bij de diefstal weggenomen: Gillette scheermesjes 2 doosjes De totale verkoopwaarde van de weggenomen goederen is €47,98. De verdachte heeft de goederen teruggegeven.
2. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 28 augustus 2025 (pg. 9-10), voor zover inhoudende de verklaring van getuige [aangever] :
Op donderdag 28 augustus 2025, om 14:25, constateerde ik dat een man door het winkelcentrum liep met een buiten de norm winlegedrag [naar het hof begrijpt: winkelgedrag]. Hierdoor besloot ik de man te observeren op een afstand. Ik zag dat de man de Kruidvat binnenliep. Ik zag dat de man richting de scheermesjes liep tegenover de kassa. Ik zag dat de man veel oplet had naar de kassamedewerker. Ik zag dat de man twee verpakkingen scheermesjes pakte. Ik zag dat hij een van de twee in zijn linkerbroekzak wilde stopen. Ik zag dat dit niet lukte. Ik zag dat hij de beveiligingstrip van de twee verpakkingen eraf trok. Ik weet dat op deze plek een beveiligingstrip zit. Ik zag dat hij de verpakking opnieuw in zijn linkerbroekzak stopte. Ik zag dat hij een andere gang in liep. Ik zag dat hij in zijn rechterhand nog een verpakking scheermesjes had. Ik zag dat hij de gang uitliep zonder verpakking in zijn hand. Hierdoor liep ik zelf de winkel uit. Ik zag dat de man de kassa's en de zelfscankassa’s passeerde en de Kruidvat verliet.
3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 augustus 2025 (pg. 11-12), voor zover inhoudende de verklaring van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] :
Op donderdag 28 augustus 2025, hebben wij verbalisanten de verdachte van deze winkeldiefstal om 14:00 uur aangehouden. De verdachte gaf op te zijn: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1982. De verdachte identificeerde zich met een verblijfsdocument voorzien van nummer: [nummer] . Ter plaatse hoorden wij dat de beveiliger die werkzaam is voor het Kruidvat, dat hij gezien had dat verdachte twee pakken scheermesjes in zijn linkerbroekzak gestopt had. De beveiliger hield de verdachte bij de ingang van het Kruidvat aan. De medewerkster van het Kruidvat toonde ons vervolgens de beelden van de veiligheidscamera, waarop wij zagen dat de man de scheermesjes in zijn linkerbroekzak stopt.
4. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 augustus 2025 (pg. 13-14), voor zover inhoudende de verklaring van verbalisanten [verbalisant 4] , [verbalisant 2] en [verbalisant 5] :
Camera 3 richting zelfscankassa’s:
Om 14:26:22 zag ik dat meneer wegliep met in zijn linkerhand een product en in zijn rechterhand een product. Om 14:26:24 zag ik dat meneer rechts afsloeg en verder de winkel in liep.
Camera 4 gangpad:
Om 14:26:24 zag ik dat meneer met het product in zijn hand naar zijn linkerbroekzak bewoog. Om 14:26:28 zag ik dat het product was weggestopt in zijn linkerbroekzak. Om 14:26:29 zag ik dat meneer zich omdraaide richting de in- en uitgang.
Camera 5 uitgang:
Om 14:26:36 zag ik dat meneer nog een product in zijn rechterhand had. Om 14:26:40 zag ik dat meneer voorbij de detectiepoortjes liep en de winkel wilde verlaten zonder te betalen.
Verdachte
Voornamen: [verdachte]
Achternaam: [verdachte]
Geboortedatum: [geboortedag] 1982
Gegevens slachtoffer rechtspersoon
Handelsnaam: Kruidvat
Vestigingsadres: [adres 2] Roermond (Winkel)
5. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 28 augustus 2025 (pg. 19-21), voor zover inhoudende de weergave van het verhoor van de verdachte [verdachte] :
V: Vraag verbalisant
A: Antwoord verdachte
V: U bent vandaag aangehouden voor winkeldiefstal bij de Kruidvat. Wat wilt u hierover verklaren?
A: Ik heb daar twee scheermessen gepakt.
V: De beveiliger heeft gezien dat u producten in uw broekzak stopt. Wat wilt u hierover verklaren?
A: Ja de producten deed ik in mijn broekzak.
V: De beveiliger heeft gezien dat u voorbij de kassa liep zonder te betalen. Wat wilt u hierover verklaren?
A: Ik ben voorbij de kassa gelopen met de scheermesjes in mijn broekzak.
Bewijsoverwegingen
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
diefstal.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof, evenals de politierechter in eerste aanleg heeft gedaan, aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand zal opleggen.
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Het hof heeft in het bijzondere het navolgende in aanmerking genomen.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van twee doosjes Gilette scheermesjes uit een winkel van Kruidvat. De verdachte heeft door zijn gedrag laten zien geen respect te hebben voor andermans eigendommen. Winkeldiefstal is een hinderlijk feit en leidt bovendien tot financieel nadeel voor het betrokken winkelbedrijf. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals is bewezenverklaard.
Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 18 mei 2026, betreffende het justitiële verleden van de verdachte. Daaruit blijkt dat de verdachte voorafgaand aan het bewezenverklaarde veelvuldig onherroepelijk is veroordeeld voor diefstal, waaronder recentelijk in 2023, 2024 en (februari) 2025.
Daarnaast heeft het hof kennisgenomen van de oriëntatiepunten voor straftoemeting, die dienen als indicatie voor een gebruikelijk rechterlijk straftoemetingsbeleid. Genoemde oriëntatiepunten geven bij veelvuldige recidive van winkeldiefstal als indicatie voor de op te leggen straf een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.
Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan uit het procesdossier is gebleken. Daarnaast heeft het hof acht geslagen op het reclasseringsrapport d.d. 4 november 2025, waaruit volgt dat de verdachte afspraken structureel niet nakomt en zorgmijdend is. De reclassering geeft aan dat het niet lukt om de verdachte voor een openstaande taakstraf op intakegesprek te laten verschijnen en een geldboete zou hem mogelijk meer in de financiële problemen brengen.
Op grond van het vorenstaande kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Alles afwegende acht het hof, met de advocaat-generaal, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, zoals in eerste aanleg door de politierechter aan de verdachte is opgelegd, passend en geboden.
Vordering tenuitvoerlegging
De officier van justitie in het arrondissement Limburg heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Limburg van 28 mei 2025 onder parketnummer 03-135588-25.
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat deze vordering tot tenuitvoerlegging niet eerder is toegewezen en geëxecuteerd. Derhalve is deze vordering in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Het hof is ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van oordeel dat, nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt en geen bijzondere omstandigheden aannemelijk zijn geworden die desalniettemin aan toewijzing van de vordering in de weg (kunnen) staan, de tenuitvoerlegging van de gehele voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden dient te worden gelast.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidde ten tijde van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand;
beveelt de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg van 28 mei 2025, parketnummer 03-135588-25, voorwaardelijk opgelegde straf, te weten van: een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.
Aldus gewezen door:
mr. M.J.M.A. van der Put, voorzitter,
mr. T. van de Woestijne en mr. M.A.M. Wagemakers, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. M.E. van Vessem en mr. R.A.C.G. Heijse, griffiers,
en op 27 juli 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. M.A.M. Wagemakers en mr. R.A.C.G. Heijse zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.