Arbeidsrecht
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht, onrechtmatige daad. Handelt voormalig werkgever (bank) onzorgvuldig door op…
Hoge Raad, 13 december 2019
ECLI:NL:HR:2019:1950 · Hoge Raad · 13 december 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/arbeidsrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1950
Zaakgegevens
Op 13 december 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 december 2019
- Datum publicatie
- 12 december 2019
- Zaaknummer
- 18/03741
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Arbeidsrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.A Fruytier, mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1950
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht, onrechtmatige daad. Handelt voormalig werkgever (bank) onzorgvuldig door op verzoek van DNB negatieve informatie over werknemer (niet integer handelen) aan nieuwe werkgever (bank) te verstrekken? Bewijslast en bewijswaardering. Bevoegdheid DNB.
Procesgang
Uitspraak · 2013
ECLI:NL:RBOBR:2013:7695Rechtbank Oost-Brabant · 26 november 2014
ECLI:NL:RBOBR:2014:7197Rechtbank Oost-Brabant · 29 juli 2015
ECLI:NL:RBOBR:2015:4568Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 3 juli 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:2855Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 september 2019
ECLI:NL:PHR:2019:965Hoge Raad · 13 december 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1950
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/03741
Datum 13 december 2019
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
hierna: [eiser],
advocaat: mr. P.A. Fruytier,
tegen
VAN LANSCHOT N.V., voorheen F. van Lanschot Bankiers N.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
hierna: Van Lanschot,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
De vonnissen in de zaak C/01/256805/HA ZA 12-1084 van de rechtbank Oost-Brabant van 3 april 2013, 13 november 2013, 26 november 2014 en 29 juli 2015;
-
De arresten in de zaak 200.176.621/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 januari 2017 en 3 juli 2018.
[eiser] heeft tegen beide arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld. Van Lanschot heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiser] mede door mr. R.R. Oudijk en voor Van Lanschot mede door mr. G.J. Harryvan.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Van Lanschot begroot op € 6.662,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C.E. du Perron als voorzitter en de raadsheren M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 13 december 2019.