Arbeidsrecht
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. CAO. Moeten verlofdagen uit buitenlandperiodes worden opgenomen voor gelding…
Hoge Raad, 24 september 2021
ECLI:NL:HR:2021:1347 · Hoge Raad · 24 september 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/arbeidsrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-1347
Zaakgegevens
Op 24 september 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 september 2021
- Datum publicatie
- 23 september 2021
- Zaaknummer
- 20/00899
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Arbeidsrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- M.W Scheltema, H.J.W. Alt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1347
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. CAO. Moeten verlofdagen uit buitenlandperiodes worden opgenomen voor gelding van de wachtgeldregeling als er geen (nieuw) werk is?
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 10 december 2019
ECLI:NL:GHDHA:2019:3207Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 februari 2021
ECLI:NL:PHR:2021:156Hoge Raad · 24 september 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1347
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/00899
Datum 24 september 2021
ARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1] N.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [eiseres 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eiseressen],
advocaat: M.W. Scheltema,
tegen
FNV WATERBOUW,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: FNV,
advocaat: H.J.W. Alt.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
het vonnis in de zaak 6024801 / CV EXPL 17-18567 van de kantonrechter te Rotterdam van 2 februari 2018;
-
het arrest in de zaak 200.238.875/02 van het gerechtshof Den Haag van 10 december 2019.
[eiseressen] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
FNV heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseressen] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van FNV begroot op € 902,34,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseressen] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 24 september 2021.