Arbeidsrecht
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Kan periode van 10 minuten tussen verplichte aanwezigheid op het werk en…
Hoge Raad, 13 september 2024
ECLI:NL:HR:2024:1161 · Hoge Raad · 13 september 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/arbeidsrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-1161
Zaakgegevens
Op 13 september 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 september 2024
- Datum publicatie
- 12 september 2024
- Zaaknummer
- 23/03000
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Arbeidsrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- F.M Dekker, M.S. van der Keur
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1161
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Kan periode van 10 minuten tussen verplichte aanwezigheid op het werk en begin van de dienst worden aangemerkt als betaalde werktijd?
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 8 december 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:16078Gerechtshof Den Haag · 2 mei 2023
ECLI:NL:GHDHA:2023:738Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 juni 2024
ECLI:NL:PHR:2024:607Hoge Raad · 13 september 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1161
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/03000
Datum 13 september 2024
ARREST
In de zaak van
TELEPERFORMANCE NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Zoetermeer,
EISERES tot cassatie,
hierna: Teleperformance,
advocaat: F.M. Dekker,
tegen
[werknemer],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de werknemer,
advocaat: M.S. van der Keur.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 9230669 RL EXPL 21-8543 van de rechtbank Den Haag van 8 december 2021;
b. het arrest in de zaak 200.308.991/01 van het gerechtshof Den Haag van 2 mei 2023.
Teleperformance heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De werknemer heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Teleperformance mede door J. van Elven.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van beide partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Teleperformance in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [werknemer] begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Teleperformance deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 september 2024.