Arbeidsrecht
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Aansprakelijkheidsrecht. Art. 7:658 BW. Werknemer houdt werkgever…
Hoge Raad, 28 maart 2025
ECLI:NL:HR:2025:480 · Hoge Raad · 28 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/arbeidsrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-480
Zaakgegevens
Op 28 maart 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 maart 2025
- Datum publicatie
- 27 maart 2025
- Zaaknummer
- 24/01034
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Arbeidsrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- N.T. Dempsey.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:480
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Aansprakelijkheidsrecht. Art. 7:658 BW. Werknemer houdt werkgever aansprakelijk voor schade als gevolg van psychische klachten. Heeft werkgever zorgplicht verzaakt? Stelplicht- en bewijslastverdeling. Arbeidsrechtelijke omkeringsregel. Omstandigheden in samenhang bezien? Tegenbewijsaanbod ten onrechte gepasseerd?
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 19 december 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:3457Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 februari 2025
ECLI:NL:PHR:2025:169Hoge Raad · 28 maart 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:480
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/01034
Datum 28 maart 2025
ARREST
In de zaak van
[de werkneemster],
wonende te [woonplaats], België,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: de werkneemster,
advocaten: S.F. Sagel en I.L.N. Timp,
tegen
SAMSUNG ELECTRONICS AIR CONDITIONER EUROPE B.V.,
gevestigd te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: Samsung,
advocaat: N.T. Dempsey.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 8953391/CV EXPL 21-9 van de rechtbank Noord-Holland van 17 maart 2021 en 14 juli 2021;
b. de arresten in de zaak 200.302.903/01 van het gerechtshof Amsterdam van 7 december 2021 en 19 december 2023.
De werkneemster heeft tegen het arrest van 19 december 2023 van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Samsung heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de werkneemster mede door N.D. Volmer en voor Samsung mede door D. Hakhoff.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.
De advocaten van de werkneemster hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt [de werkneemster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Samsung begroot op € 2.897,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de werkneemster] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 28 maart 2025.