Burgerlijk procesrecht

Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Omvang rechtsstrijd na cassatie en verwijzing. Vervolg op HR 5 oktober 2012…

Hoge Raad, 19 juli 2019

Zaakgegevens

Op 19 juli 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 juli 2019
Datum publicatie
18 juli 2019
Zaaknummer
18/02025
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. S.F Sagel, mr. H.J.W. Alt
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1244
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Omvang rechtsstrijd na cassatie en verwijzing. Vervolg op HR 5 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV6698 en HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2995.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 21 oktober 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:1303
  2. Hoge Raad · 23 december 2016

    ECLI:NL:HR:2016:2995

    Conclusie contrair

  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 13 februari 2018

    ECLI:NL:GHSHE:2018:599
  4. Conclusie A-G · 10 mei 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:499
  5. Hoge Raad · 19 juli 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1244

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/02025

Datum 19 juli 2019

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats], Bondsrepubliek Duitsland,

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: mr. S.F. Sagel,

tegen

BASF NEDERLAND B.V., rechtsopvolgster van Beheer- en Beleggingsmaatschappij Grapofex B.V.,
gevestigd te Arnhem,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: BASF,

advocaat: mr. H.J.W. Alt.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:

a. zijn arrest in de zaak 11/00249, ECLI:NL:HR:2012:BV6698, van 5 oktober 2012 en zijn arrest in de zaak 15/04401, ECLI:NL:HR:2016:2995, van 23 december 2016;

b. de arresten in de zaak 200.209.786/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 22 augustus 2017 en 13 februari 2018.

[eiser] heeft tegen het arrest van het gerechtshof van 13 februari 2018 beroep in cassatie ingesteld. BASF heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor BASF toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BASF begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de vicepresident E.J. Numann op 19 juli 2019.