Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Kerkelijk recht. Impliceert wegzending geestelijke uit congregatie opzegging van…
Hoge Raad, 24 oktober 2014
ECLI:NL:HR:2014:3037 · Hoge Raad · 24 oktober 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-3037
Zaakgegevens
Op 24 oktober 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 oktober 2014
- Datum publicatie
- 24 oktober 2014
- Zaaknummer
- 13/04167
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:3037
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Kerkelijk recht. Impliceert wegzending geestelijke uit congregatie opzegging van overeenkomst sui generis? Marginale toetsing (canoniekrechtelijke) tuchtprocedure door burgerlijke rechter?
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 14 mei 2013
ECLI:NL:GHDHA:2013:5198Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 september 2014
ECLI:NL:PHR:2014:1743Hoge Raad · 24 oktober 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:3037
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
24 oktober 2014
Eerste Kamer
nr. 13/04167
EV/LH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats], Ghana,
EISER tot cassatie,
advocaten: mr. A.H. Vermeulen en mr. A.H.H. Vermeulen,
t e g e n
1. CONGREGATIE VAN DE BROEDERS VAN DE ONBEVLEKTE ONTVANGENIS VAN DE HEILIGE MAAGD MARIA,
gevestigd te Maastricht,
2. NEDERLANDSE PROVINCIE VAN DE CONGREGATIE VAN DE BROEDERS VAN DE ONBEVLEKTE ONTVANGENIS VAN DE HEILIGE MAAGD MARIA,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaten: mr. D. Rijpma en mr. A. van Staden ten Brink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser], de Congregatie en de Provincie.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 814476 \ CV EXPL 07-19262 van de kantonrechter te Rotterdam van 11 december 2007, 2 september 2008 en 19 maart 2009;
b. het arrest in de zaak 200.037.505/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 mei 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Congregatie en de Provincie hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaten en voor de Congregatie en de Provincie door mr. M.S. van der Keur.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 18 september 2014 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Congregatie en de Provincie begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 24 oktober 2014.