Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Ontnemen schone lei, art. 358a Fw. Rechter-commissaris ‘belanghebbende’; moment…

Hoge Raad, 22 mei 2015

Zaakgegevens

Op 22 mei 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 mei 2015
Datum publicatie
21 mei 2015
Zaaknummer
15/00789
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. J. van Weerden.
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:1293
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Ontnemen schone lei, art. 358a Fw. Rechter-commissaris ‘belanghebbende’; moment bekendwording schuld bij bewindvoerder.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 10 februari 2015

    ECLI:NL:GHAMS:2015:556
  2. Conclusie A-G · 3 april 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:639
  3. Hoge Raad · 22 mei 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:1293

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

22 mei 2015

Eerste Kamer

15/00789

EE/LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[verzoekster],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. J. van Weerden.

Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak met het insolventienummer C/13/07/906-R van de rechtbank Amsterdam van 21 september 2007, 6 oktober 2010 en 10 december 2014;

b. het arrest in de zaak 200.161.397/01 van het gerechtshof Amsterdam van 10 februari 2015.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.

De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 15 april 2015 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van de middelen

De in middel 1 aangevoerde klacht kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu die klacht niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (zie Hoge Raad 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1136, rov. 3.3-3.4.5).

3.2

Ook de klachten van de middelen 2 en 3 kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 22 mei 2015.