Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Werkgeversaansprakelijkheid. Zorgplicht werkgever (art. 7:658 BW). Geven van instructies…
Hoge Raad, 26 juni 2015
ECLI:NL:HR:2015:1747 · Hoge Raad · 26 juni 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2015-1747
Zaakgegevens
Op 26 juni 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 juni 2015
- Datum publicatie
- 25 juni 2015
- Zaaknummer
- 14/02738
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. K. Teuben
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:1747
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Werkgeversaansprakelijkheid. Zorgplicht werkgever (art. 7:658 BW). Geven van instructies door de werkgever.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 11 februari 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:956Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 april 2015
ECLI:NL:PHR:2015:962Hoge Raad · 26 juni 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:1747
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
26 juni 2015
Eerste Kamer
14/02738
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
AVIS BUDGET AUTOVERHUUR B.V.,
voorheen Avis Autoverhuur B.V.,
gevestigd te Almere,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Avis en de werknemer.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 810630 UC EXPL 12-6914 van de kantonrechter te Utrecht van 18 juli 2012 en 14 november 2012;
b. het arrest in de zaak 200.122.130 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 februari 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Avis beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de werknemer is verstek verleend.
De zaak is voor Avis toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van Avis heeft bij brief van 7 mei 2015 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Avis in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de werknemer begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, C.E. Drion, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 26 juni 2015.