Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Nietigheid opzegging ingeroepen binnen de termijn van art. 9 BBA? Berusting…
Hoge Raad, 13 november 2015
ECLI:NL:HR:2015:3305 · Hoge Raad · 13 november 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2015-3305
Zaakgegevens
Op 13 november 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 november 2015
- Datum publicatie
- 12 november 2015
- Zaaknummer
- 14/04752
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.H.M van Swaaij, aanvankelijk mr. K. Aantjes
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:3305
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Nietigheid opzegging ingeroepen binnen de termijn van art. 9 BBA? Berusting in ontslag?
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 22 juli 2014
ECLI:NL:GHDHA:2014:2361Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 september 2015
ECLI:NL:PHR:2015:2013Hoge Raad · 13 november 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:3305
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
13 november 2015
Eerste Kamer
14/04752
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,
t e g e n
DAKTEAM DAKBEHEER B.V.,
gevestigd te Zwijndrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. K. Aantjes.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Dakbeheer.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in kort geding in de zaak 2871093 VV EXPL 14-34 van de kantonrechter te Rotterdam van 18 april 2014;
b. het arrest in de zaak 200.149.265/01 van het gerechtshof Den Haag van 22 juli 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Dakbeheer heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Nadien heeft haar advocaat zich onttrokken en is niemand voor Dakbeheer in cassatie verschenen.
De conclusie van de Advocaat-Generala G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 lid 1 RO.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Dakbeheer begroot op € 838,07 aan verschotten en € 800,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadshere A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, V. van den Brink en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 13 november 2015.