Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Pensioenrecht. Bedrijfstakpensioenfonds voor de groothandel in levensmiddelen…
Hoge Raad, 11 december 2015
ECLI:NL:HR:2015:3550 · Hoge Raad · 11 december 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2015-3550
Zaakgegevens
Op 11 december 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 december 2015
- Datum publicatie
- 10 december 2015
- Zaaknummer
- 14/03318
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.H.M van den Steenhoven, mr. N.T. Dempsey
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:3550
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Pensioenrecht. Bedrijfstakpensioenfonds voor de groothandel in levensmiddelen. Werkingssfeer van verplichtstelling van deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 25 maart 2014
ECLI:NL:GHSHE:2014:824Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 oktober 2015
ECLI:NL:PHR:2015:2085Hoge Raad · 11 december 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:3550
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
11 december 2015
Eerste Kamer
14/03318
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
De stichting STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE GROOTHANDEL IN LEVENSMIDDELEN,
gevestigd te Heerlen,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven,
t e g e n
1. HANOS-ISPC BREDA B.V.,
gevestigd te Apeldoorn,
2. GOG BREDA B.V.,
gevestigd te Breda,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. N.T. Dempsey.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Bpf GIL en ISPC (gezamenlijk in enkelvoud).
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 590643/CV/10-1810 van de kantonrechter te Breda van 2 maart 2011, 1 juni 2011 en 12 juni 2013;
b. het arrest in de zaak HD 200.130.603/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 25 maart 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Bpf GIL beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ISPC heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep en vordert wettelijke rente over de toe te wijzen proceskosten.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping.
De advocaat van Bpf GIL heeft bij brief van 22 oktober 2015 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Bpf GIL in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ISPC begroot op € 6.467,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Bpf GIL deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. Snijders, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 11 december 2015.