Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Faillietverklaring. Vervolg van HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2825 en HR 26 juni…
Hoge Raad, 8 april 2016
ECLI:NL:HR:2016:610 · Hoge Raad · 8 april 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2016-610
Zaakgegevens
Op 8 april 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 april 2016
- Datum publicatie
- 8 april 2016
- Zaaknummer
- 15/05494
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:610
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Faillietverklaring. Vervolg van HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2825 en HR 26 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1738. Misbruik van recht door schuldeisers? Relatieve onbevoegdheid van rechtbank?
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 19 november 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:4598Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 januari 2016
ECLI:NL:PHR:2016:202Hoge Raad · 8 april 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:610
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
8 april 2016
Eerste Kamer
15/05494
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] .
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/01/270910/FT RK 13/1817 met faillissementsnummer C/01/15/573 F van de rechtbank Oost-Brabant van 1 september 2015;
b. het arrest in de zaak 200.176.413/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 november 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 10 februari 2016 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 8 april 2016.