Insolventierecht
Art. 81 RO. WSNP. Afwijzing van verzoek om toepassing schuldsaneringsregeling. Art. 288 lid 1 sub b Fw.
Hoge Raad, 26 september 2014
ECLI:NL:HR:2014:2825 · Hoge Raad · 26 september 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-2825
Zaakgegevens
Op 26 september 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 september 2014
- Datum publicatie
- 25 september 2014
- Zaaknummer
- 14/02841
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:2825
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 RO. WSNP. Afwijzing van verzoek om toepassing schuldsaneringsregeling. Art. 288 lid 1 sub b Fw.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 juli 2014
ECLI:NL:PHR:2014:1638Hoge Raad · 26 september 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:2825
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak · 2014
ECLI:NL:GHSHE:2014:3332Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
26 september 2014
Eerste Kamer
nr. 12/02841
RM/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 272087 / FT-RK 13.1965 van de rechtbank Limburg van 2 april 2014;
b. het arrest in de zaak HV 200.145.132/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 mei 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 26 september 2014.