Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Ontslag op staande voet; is dringende reden (werkweigering) bewezen? Is…

Hoge Raad, 10 februari 2017

Zaakgegevens

Op 10 februari 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 februari 2017
Datum publicatie
10 februari 2017
Zaaknummer
15/03990
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
aanvankelijk mr. P.J.L.J. Duijsens en thans mr. D.Th.J van der Klei, mr. S.F. Sagel
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:217
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Ontslag op staande voet; is dringende reden (werkweigering) bewezen? Is ontslag kennelijk onredelijk (art. 7:681 lid 2, onder a, BW oud)? Cumulatie van gefixeerde schadevergoeding (art. 7:680 BW oud) en schadevergoeding ingevolge art. 7:681 BW oud.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 19 mei 2015

    ECLI:NL:GHSHE:2015:1793
  2. Conclusie A-G · 9 december 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:1263
  3. Hoge Raad · 10 februari 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:217

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

10 februari 2017

Eerste Kamer

15/03990

LZ/AR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiseres], voorheen [A] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. P.J.L.J. Duijsens en thans mr. D.Th.J. van der Klei,

t e g e n

[verweerder],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. S.F. Sagel.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 759485/CV EXPL 11-2142 van de kantonrechter in de rechtbank Oost-Brabant van 22 februari 2012 en 5 september 2013;

b. de arresten in de zaak HD 200.140.051/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 februari 2014 en 19 mei 2015.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 19 mei 2015 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.

De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 22 december 2016 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 10 februari 2017.