Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. IPR, bevoegdheid Nederlandse rechter. Vordering weduwe werknemer tegen werkgever. Art…
Hoge Raad, 17 februari 2017
ECLI:NL:HR:2017:283 · Hoge Raad · 17 februari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-283
Zaakgegevens
Op 17 februari 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 februari 2017
- Datum publicatie
- 17 februari 2017
- Zaaknummer
- 16/00337
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. C.S.G. Janssens
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:283
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. IPR, bevoegdheid Nederlandse rechter. Vordering weduwe werknemer tegen werkgever. Art. 18-21 EEX Verordening, art. 18-21 EVEX II, locatie hoofdvestiging.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 25 augustus 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:3910Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 december 2016
ECLI:NL:PHR:2016:1332Hoge Raad · 17 februari 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:283
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
17 februari 2017
Eerste Kamer
16/00337
LZ/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
wonende te [woonplaats], Kroatië,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. C.S.G. Janssens,
t e g e n
de rechtspersoon naar buitenlands recht ATLANSHIP S.A.,
gevestigd te La Tour-de-Peilz, Zwitserland,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. D. Rijpma en mr. C.J.A. Seinen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Atlanship.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 2021499\CV EXPL 13-15769 van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 14 februari 2014;
b. het arrest in de zaak 200.150.726 van het gerechtshof Den Haag van 25 augustus 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Atlanship heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 22 december 2016 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Atlanship begroot op € 6.524,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 17 februari 2017.