Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Belastingrecht. Executiegeschil n.a.v. HR 25 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:1042, NJ…

Hoge Raad, 10 november 2017

Zaakgegevens

Op 10 november 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 november 2017
Datum publicatie
9 november 2017
Zaaknummer
16/04074
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
aanvankelijk mr. S. Bharatsingh en thans mr. J.H van Gelderen, mr. J.W.H. van Wijk
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:2843
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Belastingrecht. Executiegeschil n.a.v. HR 25 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:1042, NJ 2013/559 (veroordeling belastingplichtige tot verschaffen van inlichtingen). Bekendmaking oproeping om inlichtingen te verstrekken (art. 41 AWR). Initiatief voor maken afspraak. Hoedanigheid hof als executie- en dwangsomrechter.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 3 november 2015

    ECLI:NL:GHDHA:2015:2987
  2. Gerechtshof Den Haag · 10 mei 2016

    ECLI:NL:GHDHA:2016:1543
  3. Conclusie A-G · 15 september 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:939
  4. Hoge Raad · 10 november 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:2843

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

10 november 2017

Eerste Kamer

16/04074

LZ/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. S. Bharatsingh en thans mr. J.H. van Gelderen,

t e g e n

de STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Financiën),

zetelende te Den Haag,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Staat.

1 Het geding

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak C/09/488954/KG ZA 15-701 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 21 juli 2015;

b. de arresten in de zaak 200.176.541/01 van het gerechtshof Den Haag van 3 november 2015 en 10 mei 2016.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 10 mei 2016 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Staat mede door mr. C.M. Bergman.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3 Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 856,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 10 november 2017.