Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht bedrijfsruimte. Vervolg op HR 3 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:823, NJ 2015/412…
Hoge Raad, 12 mei 2017
ECLI:NL:HR:2017:872 · Hoge Raad · 12 mei 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-872
Zaakgegevens
Op 12 mei 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 mei 2017
- Datum publicatie
- 12 mei 2017
- Zaaknummer
- 16/05049
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.E.M.G. Peletier
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:872
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht bedrijfsruimte. Vervolg op HR 3 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:823, NJ 2015/412. Vordering tot nadere huurprijsvaststelling. Verzoek tot goedkeuring afwijkend beding (art. 7:291 lid 2 BW) van art. 7:304 BW. Goedkeuringsgronden.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 12 juli 2016
ECLI:NL:GHDHA:2016:1994Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 maart 2017
ECLI:NL:PHR:2017:183Hoge Raad · 12 mei 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:872
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
12 mei 2017
Eerste Kamer
16/05049
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier,
t e g e n
AMSTERDAM INN B.V., voorheen Centre Hotel B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en Centre Hotel.
1 Het geding
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 13/04931, ECLI:NL:HR:2015:823, NJ 2015/412 van de Hoge Raad van 3 april 2015;
b. de beschikking in de zaak 200.185.959/01 van het gerechtshof Den Haag van 12 juli 2016.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2 Het tweede geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Centre Hotel heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 24 maart 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, G. de Groot, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 12 mei 2017.