Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Procesrecht. Vordering werkgever jegens werknemer wegens onregelmatigheden…
Hoge Raad, 29 juni 2018
ECLI:NL:HR:2018:1026 · Hoge Raad · 29 juni 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-1026
Zaakgegevens
Op 29 juni 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 juni 2018
- Datum publicatie
- 27 juni 2018
- Zaaknummer
- 17/00253
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J van Weerden, mr. S. Kousedghi
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:1026
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Procesrecht. Vordering werkgever jegens werknemer wegens onregelmatigheden; art. 7A:1615da BW Aruba (vgl. art. 7:661 BW). Rechterswisseling na mondelinge behandeling. (HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076, NJ 2015/181 en HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:662)
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 april 2018
ECLI:NL:PHR:2018:701Hoge Raad · 29 juni 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:1026
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
29 juni 2018
Eerste Kamer
17/00253
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
|
[verzoekster] , VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. J. van Weerden, |
|
|
t e g e n |
|
|
[verweerster], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. S. Kousedghi. |
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en [verweerster].
1 Het geding
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a) het vonnis in de zaak AR 1699 van 2013 van het gerecht in eerste aanleg van Aruba van 4 december 2013;
b) de vonnissen in de zaak Ghis 69490 - AR 1699/13- H 237/14 van het gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 23 februari 2016 en 18 oktober 2016;
c) het arrest in het incident in deze zaak van de Hoge Raad van 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1013.
De vonnissen van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de vonnissen van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatieverzoekschrift zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
[verweerster] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 4 mei 2018 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijdevan [verweerster] begroot op € 2.672,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.J. Kroeze en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 29 juni 2018.