Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomst van opdracht tussen docent en hogeschool. Toepasselijkheid art. 7:658 BW?
Hoge Raad, 20 december 2019
ECLI:NL:HR:2019:2030 · Hoge Raad · 20 december 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-2030
Zaakgegevens
Op 20 december 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 december 2019
- Datum publicatie
- 19 december 2019
- Zaaknummer
- 18/04251
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.H van Gelderen, mr. J. van Duijvendijk-Brand
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:2030
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomst van opdracht tussen docent en hogeschool. Toepasselijkheid art. 7:658 BW?
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 10 juli 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:6333Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 november 2019
ECLI:NL:PHR:2019:1239Hoge Raad · 20 december 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:2030
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/04251
Datum 20 december 2019
ARREST
In de zaak van
[de docent],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
hierna: [de docent],
advocaat: mr. J.H. van Gelderen,
tegen
STICHTING CHRISTELIJKE HOGESCHOOL WINDESHEIM,
gevestigd te Zwolle,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
hierna: Windesheim,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
het vonnis in de zaak 3148779 CV Expl 14-4726 van de rechtbank Overijssel van 2 december 2014 en het vonnis in de zaak C/08/165170 / HA ZA 14-597 van de rechtbank Overijssel van 25 november 2015;
-
het arrest in de zaak 200.191.818/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 juli 2018.
[de docent] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Windesheim heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van [de docent] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt [de docent] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Windesheim begroot op € 6.662,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 20 december 2019.