Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Aanbieder van kippenbotjes heeft overeenkomst gesloten met de…
Hoge Raad, 8 maart 2019
ECLI:NL:HR:2019:318 · Hoge Raad · 8 maart 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-318
Zaakgegevens
Op 8 maart 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 maart 2019
- Datum publicatie
- 6 maart 2019
- Zaaknummer
- 18/00134
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. B.T.M. van der Wiel
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:318
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Aanbieder van kippenbotjes heeft overeenkomst gesloten met de verwerker van botjes tot beendermeel. Aanbieder levert geen kippenbotjes meer aan. Verwerker vordert nakoming. Aanbieder verweert zich met de stelling dat de overeenkomst alleen was gesloten met het oog op erkenning van de Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) voor de verwerking. Nadat aanvraag tot erkenning is mislukt, zet de verwerker de nakomingsvordering om in een eis tot vervangende schadevergoeding. Het hof oordeelt dat omstandigheden (besluit NVWA) van na het vonnis niet leiden tot ontbinding van de overeenkomst en veroordeelt aanbieder tot betaling van schadevergoeding. Klachten van aanbieder over verwerping van een beroep op de redelijkheid en billijkheid en over verwerping van zijn stelling dat buitengerechtelijke ontbinding in de weg staat aan toewijzing van vervangende schadevergoeding. Samenhang met 18/03788.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 juni 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:2425Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 januari 2019
ECLI:NL:PHR:2019:226Hoge Raad · 8 maart 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:318
Hoge Raad · 8 maart 2019
ECLI:NL:HR:2019:320Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
8 maart 2019
Eerste Kamer
18/00134
TT/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres] ,
gevestigd te [plaats] ,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel,
t e g e n
[verweerster] ,
gevestigd te [plaats] ,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. A.C. van Schaick en mr. N.E. Groeneveld-Tijssens.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster] .
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/05/264835/HA ZA 14-293 van de rechtbank Gelderland van 23 juli 2014 en 24 december 2014;
b. de arresten in de zaak 200.164.331 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 april 2015 en 10 oktober 2017.
Het arrest van het hof van 10 oktober 2017 is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 10 oktober 2017 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiseres] mede door mr. R.R. Oudijk.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.662,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 8 maart 2019.