Verbintenissenrecht

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Buitengerechtelijke ontbinding dan wel vernietiging van overeenkomst…

Hoge Raad, 8 maart 2019

Zaakgegevens

Op 8 maart 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 maart 2019
Datum publicatie
6 maart 2019
Zaaknummer
18/03788
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. B.T.M. van der Wiel
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:320
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Buitengerechtelijke ontbinding dan wel vernietiging van overeenkomst. Onvoorziene omstandigheden; uitleg omgevingsvergunning. Terugwerkende kracht vernietiging; grondslag ontbindingsberoepen en tekortkoming van wederpartij. Samenhang met 18/00134.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2016

    ECLI:NL:RBLIM:2016:4982
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 19 september 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:4023

    Overig

  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 juni 2018

    ECLI:NL:GHSHE:2018:2425
  4. Conclusie A-G · 11 januari 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:226
  5. Hoge Raad · 8 maart 2019

    ECLI:NL:HR:2019:318
  6. Hoge Raad · 8 maart 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:320

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

8 maart 2019

Eerste Kamer

18/03788

TT/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiseres] ,
gevestigd te [vestigingsplaats]
[vestigingsplaats] ,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel,

t e g e n

[verweerster] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaten: mr. A.C. van Schaick en
mr. N.E. Groeneveld-Tijssens.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster] .

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/03/202420/HA ZA 15-92 van de rechtbank Limburg van 15 juni 2016;

b. de arresten in de zaak 200.198.406/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 september 2017 en 5 juni 2018.

Het arrest van het hof van 5 juni 2018 is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 5 juni 2018 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping.

De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 8 maart 2019.