Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Beroep op geestelijke stoornis; art. 3:34 BW. Gerechtvaardigd…
Hoge Raad, 26 juni 2020
ECLI:NL:HR:2020:1139 · Hoge Raad · 26 juni 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-1139
Zaakgegevens
Op 26 juni 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 juni 2020
- Datum publicatie
- 25 juni 2020
- Zaaknummer
- 19/01287
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J den Hoed, N.C. van Steijn
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1139
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Beroep op geestelijke stoornis; art. 3:34 BW. Gerechtvaardigd vertrouwen wederpartij; art. 3:35 BW. Stelplicht en bewijslast. Motiveringsklachten.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 11 december 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:10783Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 maart 2020
ECLI:NL:PHR:2020:234Hoge Raad · 26 juni 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1139
Conclusie gedeeltelijk contrairGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/01287
Datum 26 juni 2020
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: de man,
advocaat: J. den Hoed,
tegen
[verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: N.C. van Steijn.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/17/139640 / HA ZA 15-20 van de rechtbank Noord-Nederland van 6 juli 2016 en 23 augustus 2017;
-
de arresten in de zaak 200.225.803/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 augustus 2018 en 11 december 2018.
De man heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De vrouw heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van eiser tot cassatie in zijn beroep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 augustus 2018 en verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
De advocaat van de man heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 26 juni 2020.