Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Kort geding. Vordering tot schorsing tenuitvoerlegging vonnis in de hoofdzaak. Samenhang…

Hoge Raad, 20 november 2020

Zaakgegevens

Op 20 november 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 november 2020
Datum publicatie
19 november 2020
Zaaknummer
19/04606
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J den Hoed, N.C. van Steijn
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1854
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Kort geding. Vordering tot schorsing tenuitvoerlegging vonnis in de hoofdzaak. Samenhang met HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026 en HR 26 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1139.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 13 augustus 2019

    ECLI:NL:GHARL:2019:6594
  2. Conclusie A-G · 9 oktober 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:930
  3. Hoge Raad · 20 november 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1854

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/04606

Datum 20 november 2020

ARREST

In de zaak van

[de man],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: de man,

advocaat: J. den Hoed,

tegen

[de vrouw],
wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: de vrouw,

advocaat: N.C. van Steijn.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/17/166031 / KG ZA 19-79 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland van 22 maart 2019;

  2. het arrest in de zaak 200.256.822/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 augustus 2019.

De man heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De vrouw heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt de man in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de vrouw begroot op € 407,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de man deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 20 november 2020.