Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Nationaliteitsrecht. Vaststelling Nederlanderschap. Art. 3 lid 1 en art. 17 RWN. Erkenning…

Hoge Raad, 25 september 2020

Zaakgegevens

Op 25 september 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 september 2020
Datum publicatie
23 september 2020
Zaaknummer
19/05283
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
M.M van Asperen, M.E. Bruning
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1500
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Nationaliteitsrecht. Vaststelling Nederlanderschap. Art. 3 lid 1 en art. 17 RWN. Erkenning familierechtelijke betrekking, vastgesteld in Nieuw-Zeelandse akte, als gevolg van aldaar geldende gelijkstelling van samenleven met huwelijk. Art 10:101 jo. 10:100 BW.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 19 juni 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:618
  2. Hoge Raad · 25 september 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1500

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/05283

Datum 25 september 2020

BESCHIKKING

In de zaak van

STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie en Veiligheid,

Immigratie- en Naturalisatiedienst),
zetelende te 's-Gravenhage,

VERZOEKER tot cassatie,

hierna: de Staat,

advocaat: M.M. van Asperen,

tegen

[verweerster] ,
wonende te [woonplaats] ,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: [verweerster] ,

advocaat: M.E. Bruning.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/09/559166 van de rechtbank Den Haag van 22 augustus 2019.

De Staat heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

[verweerster] heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 25 september 2020.