Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid; art. 6:162 BW. Benadeling schuldeiser. Persoonlijk ernstig verwijt.

Hoge Raad, 16 oktober 2020

Zaakgegevens

Op 16 oktober 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 oktober 2020
Datum publicatie
15 oktober 2020
Zaaknummer
19/04036
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
aanvankelijk J.W. de Jong en thans J.P Heering, M.A.J.G. Janssen
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1635
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid; art. 6:162 BW. Benadeling schuldeiser. Persoonlijk ernstig verwijt.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 1 augustus 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:3435
  2. Uitspraak · 2017

    ECLI:NL:RBOBR:2017:641
  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 28 mei 2019

    ECLI:NL:GHSHE:2019:1996
  4. Conclusie A-G · 4 september 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:778
  5. Hoge Raad · 16 oktober 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1635

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/04036

Datum 16 oktober 2020

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: aanvankelijk J.W. de Jong en thans J.P. Heering,

tegen

[verweerder],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [verweerder],

advocaat: M.A.J.G. Janssen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/01/294727/HA ZA 15-422 van de rechtbank Oost-Brabant van 4 mei 2016 en 18 januari 2017;

  2. de arresten in de zaak 200.212.156/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 augustus 2017 en 28 mei 2019.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 28 mei 2019 beroep in cassatie ingesteld.

[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [verweerder] mede door T.M. Subelack.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 2.091,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 16 oktober 2020.