Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht, exploitatie benzinestation. Is op einde exploitatieovereenkomst de zgn…
Hoge Raad, 24 september 2021
ECLI:NL:HR:2021:1341 · Hoge Raad · 24 september 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-1341
Zaakgegevens
Op 24 september 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 september 2021
- Datum publicatie
- 23 september 2021
- Zaaknummer
- 20/01513
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J.P. Heering
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1341
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht, exploitatie benzinestation. Is op einde exploitatieovereenkomst de zgn. Benzinewet of het huurrecht bedrijfsruimte van toepassing? Eindigt de overeenkomst van rechtswege en zonder opzegging (art. 16 Benzinewet), ook na wijziging rechtsverhouding?
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 februari 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:335Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 maart 2021
ECLI:NL:PHR:2021:214Hoge Raad · 24 september 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1341
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01513
Datum 24 september 2021
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: J.P. Heering, aanvankelijk ook P.J. Tanja,
tegen
NRGVALUE TANKSTATIONS NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: NRGValue,
advocaten: aanvankelijk M.E.M.G. Peletier, thans J.W.H. van Wijk en J.W. de Jong.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
het vonnis in de zaak 5864797 van de kantonrechter te Eindhoven van 11 januari 2018;
-
het arrest in de zaak 200.238.356/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 februari 2020.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
NRGValue heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [eiseres] mede door J.L. Luiten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van NRGValue begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 24 september 2021.