Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Aantal m2 in gehuurd gebouw is lager dan in huurovereenkomst vermeld. Gebrek…
Hoge Raad, 24 september 2021
ECLI:NL:HR:2021:1346 · Hoge Raad · 24 september 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-1346
Zaakgegevens
Op 24 september 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 september 2021
- Datum publicatie
- 23 september 2021
- Zaaknummer
- 20/02027
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- C.S.G Janssens, J.W. de Jong
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1346
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Aantal m2 in gehuurd gebouw is lager dan in huurovereenkomst vermeld. Gebrek (art. 7:204 BW)? Vermindering huurprijs (art. 7:207 BW)? Wanprestatie?
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 7 april 2020
ECLI:NL:GHDHA:2020:1397Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 juni 2021
ECLI:NL:PHR:2021:541Hoge Raad · 24 september 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1346
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/02027
Datum 24 september 2021
ARREST
In de zaak van
STICHTING DIVINE ROMANCE MINISTRIES,
gevestigd te Rotterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: de Stichting,
advocaat: C.S.G. Janssens,
tegen
GEMEENTE ROTTERDAM,
zetelend te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaat: J.W. de Jong.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
het vonnis in de zaak 4763493 / CV EXPL 16-3177 van de kantonrechter te Rotterdam van 7 oktober 2016;
-
de arresten in de zaak 200.209.855/01 van het gerechtshof Den Haag van 4 april 2017 en 7 april 2020.
De Stichting heeft tegen het arrest van het hof van 7 april 2020 beroep in cassatie ingesteld.
De Gemeente heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Stichting heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 6.971,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Stichting deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren M.J. Kroeze, als voorzitter, C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 24 september 2021.