Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Beëindigingsovereenkomst ten aanzien van arbeidsovereenkomst?
Hoge Raad, 7 juli 2023
ECLI:NL:HR:2023:1051 · Hoge Raad · 7 juli 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-1051
Zaakgegevens
Op 7 juli 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 juli 2023
- Datum publicatie
- 6 juli 2023
- Zaaknummer
- 22/00357
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J.H.M. van Swaaij
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:1051
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Beëindigingsovereenkomst ten aanzien van arbeidsovereenkomst?
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 2 november 2021
ECLI:NL:GHSHE:2021:3307Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 oktober 2022
ECLI:NL:PHR:2022:1095Hoge Raad · 7 juli 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:1051
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/00357
Datum 7 juli 2023
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
TREFFINA INTERNATIONAL TRADING B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Treffina,
niet verschenen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 7289734 van de rechtbank Oost-Brabant van 6 juni 2019;
b. het arrest in de zaak 200.269.670/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 november 2021.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Treffina is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat, en mede door J.M. Moorman en A.C. Tjepkema.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Treffina begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 7 juli 2023.