Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Huur woonruimte. Omvang van gehuurde. Plicht van verhuurder om gebreken te herstellen. Art…
Hoge Raad, 14 april 2023
ECLI:NL:HR:2023:566 · Hoge Raad · 14 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-566
Zaakgegevens
Op 14 april 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 april 2023
- Datum publicatie
- 13 april 2023
- Zaaknummer
- 22/01201
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J. van Weerden
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:566
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Huur woonruimte. Omvang van gehuurde. Plicht van verhuurder om gebreken te herstellen. Art. 7:206 lid 1 BW.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 4 januari 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:15Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 januari 2023
ECLI:NL:PHR:2023:87Hoge Raad · 14 april 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:566
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/01201
Datum 14 april 2023
ARREST
In de zaak van
[huurder],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [huurder],
advocaat: J. van Weerden,
tegen
1. [verhuurder 1],
2. [verhuurder 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verhuurders],
niet verschenen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 6832573 \ CV EXPL 18-1182 van de kantonrechter te Almelo van 2 augustus 2018, 19 februari 2019 en 11 juni 2019;
b. de arresten in de zaak 200.266.684 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 maart 2020, 20 oktober 2020 en 4 januari 2022.
[huurder] heeft tegen het arrest van het hof van 4 januari 2022 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verhuurders] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [huurder] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [huurder] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verhuurders] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 14 april 2023.