Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Pensioenrecht. Rechtsverwerking. Werkgever wijzigt in 2014 eenzijdig premielastverdeling…
Hoge Raad, 18 oktober 2024
ECLI:NL:HR:2024:1490 · Hoge Raad · 18 oktober 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-1490
Zaakgegevens
Op 18 oktober 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 oktober 2024
- Datum publicatie
- 18 oktober 2024
- Zaaknummer
- 23/02257
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- M.J. van Basten Batenburg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1490
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Pensioenrecht. Rechtsverwerking. Werkgever wijzigt in 2014 eenzijdig premielastverdeling ten nadele van werknemers. Hebben werknemers die niet tegen werkgever hebben geprocedeerd hun recht verwerkt?
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 14 maart 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:838Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 september 2024
ECLI:NL:PHR:2024:912Hoge Raad · 18 oktober 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1490
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/02257
Datum 18 oktober 2024
ARREST
In de zaak van
[werkneemster],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: werkneemster,
advocaat: M.J. van Basten Batenburg,
tegen
FAIR PLAY CENTERS B.V.,
gevestigd te Kerkrade,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: FPC,
advocaten: S.F. Sagel en I.L.N. Timp.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 7302121 CV EXPL 18-6658 van de rechtbank Limburg van 23 december 2020;
b. het arrest in de zaak 200.293.783/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 maart 2023.
Werkneemster heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
FPC heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor FPC mede door A.L. Laan.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van werkneemster heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt werkneemster in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van FPC begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien werkneemster deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 18 oktober 2024.