Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Caribische zaak. Faillietverklaring. Erkenning van Oostenrijks en Duits vonnis in strijd…

Hoge Raad, 1 maart 2024

Zaakgegevens

Op 1 maart 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 maart 2024
Datum publicatie
29 februari 2024
Zaaknummer
23/02439
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:295
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Caribische zaak. Faillietverklaring. Erkenning van Oostenrijks en Duits vonnis in strijd met openbare orde van Curaçao (art. 7A:1807-1810 BWC)?

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 12 januari 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:36
  2. Hoge Raad · 1 maart 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:295

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 23/02439

Datum 1 maart 2024

ARREST

In de zaak van

ARAXIO DEVELOPMENT N.V.,

gevestigd in Curaçao,

VERZOEKSTER tot cassatie,

hierna: Araxio,

advocaten: A. Stortelder en R.R. Verkerk,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats], Oostenrijk,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [verweerder],

advocaten: J.W. de Jong en J.W.H. van Wijk.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak CUR202300722 van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 18 april 2023;

b. het vonnis in de zaak CUR202300722-CUR2023H00144 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 23 mei 2023.

Araxio heeft tegen het vonnis van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerder] heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van Araxio heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 1 maart 2024.