Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Onteigeningsrecht. Vergoeding van planschade in onteigeningsgeding (art. 40e (oud) Ow)…

Hoge Raad, 26 januari 2024

Zaakgegevens

Op 26 januari 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 januari 2024
Datum publicatie
25 januari 2024
Zaaknummer
22/02348
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
M.W Scheltema, J.P. van den Berg
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:95
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Onteigeningsrecht. Vergoeding van planschade in onteigeningsgeding (art. 40e (oud) Ow). Moet bij toepassing van art. 40e (oud) Ow rekening worden gehouden met (beperkende) criteria die van toepassing zijn op planschadevergoeding op grond van art. 6.1 Wro (oud)? Samenhang met 22/02344 (ECLI:NL:HR:2024:85) en 22/02361 (ECLI:NL:HR:2024:96).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 6 oktober 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:888
  2. Hoge Raad · 26 januari 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:95

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 22/02348

Datum 26 januari 2024

ARREST

In de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BEDRIJVENSCHAP HARNASCHPOLDER,

gevestigd te Schipluiden,

EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,

hierna: het Bedrijvenschap,

advocaat: M.W. Scheltema,

tegen

[de onteigende],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie, eiser in het incidentele cassatieberoep,

hierna: [de onteigende],

advocaat: J.P. van den Berg.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaak C/09/548006/HA ZA 18-179 van de rechtbank Den Haag van 22 augustus 2018, 5 juni 2019, 10 juli 2019 en 4 mei 2022.

Het Bedrijvenschap heeft tegen het vonnis van de rechtbank van 4 mei 2022 beroep in cassatie ingesteld.

[de onteigende] heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep.

De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). Vgl. voor het incidentele beroep HR 26 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:85.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt het Bedrijvenschap in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de onteigende] begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;

in het incidentele beroep:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [de onteigende] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Bedrijvenschap begroot op € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de onteigende] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 26 januari 2024.