Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Onverschuldigde betaling, art. 6:203 BW. Terugvordering van door failliet vóór…

Hoge Raad, 3 juli 2026

Zaakgegevens

Op 3 juli 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 juli 2026
Datum publicatie
2 juli 2026
Zaaknummer
25/02780
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1155
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Onverschuldigde betaling, art. 6:203 BW. Terugvordering van door failliet vóór faillissement betaalde bedragen, betalingsgrondslag, mondelinge afspraak, stelplicht en bewijslast, betwisting, art. 150 Rv, bewijsaanbod.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 20 mei 2025

    ECLI:NL:GHARL:2025:3284
  2. Conclusie A-G · 1 mei 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:443
  3. Hoge Raad · 3 juli 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1155

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 25/02780

Datum 3 juli 2026

ARREST

In de zaak van

[eiseres] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

EISERES tot cassatie,

hierna: [eiseres] ,

advocaten: J.H.M. van Swaaij en R.J. ter Rele,

tegen

Ide Jan WOLTMAN,

in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V.,

kantoorhoudende te Bolsward,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de curator,

niet verschenen.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/17/183723 / HA ZA 22-96 van de rechtbank Noord-Nederland van 28 februari 2024;

b. het arrest in de zaak 200.340.980 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 mei 2025.

[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Tegen de curator is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaten van [eiseres] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 3 juli 2026.