Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht; arbeidsongeval; schadevergoeding. Omvang schade als gevolg van…

Hoge Raad, 13 maart 2026

Zaakgegevens

Op 13 maart 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 maart 2026
Datum publicatie
12 maart 2026
Zaaknummer
25/01388
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J.C Zevenberg, N.T. Dempsey
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:412
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht; arbeidsongeval; schadevergoeding. Omvang schade als gevolg van arbeidsvermogensverlies.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 14 januari 2025

    ECLI:NL:GHAMS:2025:79
  2. Conclusie A-G · 9 januari 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:39
  3. Hoge Raad · 13 maart 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:412

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 25/01388

Datum 13 maart 2026

ARREST

In de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: J.C. Zevenberg,

tegen

1. DNATA B.V.,

gevestigd te Haarlemmermeer,

2. HDI GLOBAL SE,

gevestigd te Hannover, Duitsland, kantoorhoudende te Rotterdam,

3. XL INSURANCE COMPANY SE,

gevestigd te Dublin, Ierland, kantoorhoudende te Amsterdam,

4. ALLIANZ BENELUX N.V., h.o.d.n. Allianz Schadeverzekering,

gevestigd en kantoorhoudende te Brussel, België,

VERWEERSTERS in cassatie,

hierna: Dnata c.s.,

advocaat: N.T. Dempsey.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak 7930950 CV EXPL 19-16220 van de rechtbank Amsterdam van 19 november 2019, 1 september 2020 en 22 december 2020;

b. het arrest in de zaak 200.293.035/01 van het gerechtshof Amsterdam van 14 januari 2025.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Dnata c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Dnata c.s. mede door C.J.D. Warren en A.J.J. Kool.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Dnata c.s. begroot op € 8.508,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 maart 2026.