Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Art. 7:658 BW. Aansprakelijkheid werkgever voor beroepsziekte…
Hoge Raad, 12 juni 2026
ECLI:NL:HR:2026:910 · Hoge Raad · 12 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-910
Zaakgegevens
Op 12 juni 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 juni 2026
- Datum publicatie
- 11 juni 2026
- Zaaknummer
- 25/01537
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J. den Hoed, S.F. Sagel
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:910
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Art. 7:658 BW. Aansprakelijkheid werkgever voor beroepsziekte (RSI-klachten) van werknemer met aangeboren aandoening? Causaal verband tussen RSI-klachten en arbeidsomstandigheden?
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 21 januari 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:281Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 april 2026
ECLI:NL:PHR:2026:381Hoge Raad · 12 juni 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:910
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/01537
Datum 12 juni 2026
ARREST
In de zaak van
EBN B.V.,
gevestigd te Utrecht,
EISERES tot cassatie,
hierna: EBN,
advocaat: J. den Hoed,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: S.F. Sagel.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 8692477 UC EXPL 20-6102 MS/1270 van de rechtbank Midden-Nederland van 30 juni 2021, 1 september 2021, 22 december 2021 en 8 maart 2023;
b. het arrest in de zaak 200.329.278 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 januari 2025.
EBN heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [verweerder] mede door A.C. Baaijens.
EBN heeft een repliek ingediend van 36 pagina’s. De Hoge Raad heeft de repliek terzijde gelegd, nu deze niet is aan te merken als een beknopte reactie op de schriftelijke toelichting van [verweerder].
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van EBN heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt EBN in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 375,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien EBN deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 12 juni 2026.