Goederenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Verkrijging tweedehands auto van beschikkingsonbevoegde? Bescherming…
Hoge Raad, 13 november 2020
ECLI:NL:HR:2020:1782 · Hoge Raad · 13 november 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/goederenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-1782
Zaakgegevens
Op 13 november 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over goederenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 november 2020
- Datum publicatie
- 12 november 2020
- Zaaknummer
- 19/02372
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Goederenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J. de Jong van Lier
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1782
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Verkrijging tweedehands auto van beschikkingsonbevoegde? Bescherming verkrijger? Art. 3:86 lid 1 BW. Goede trouw. Onderzoeksplicht.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 12 februari 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:1376Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 mei 2020
ECLI:NL:PHR:2020:481Hoge Raad · 13 november 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1782
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/02372
Datum 13 november 2020
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats], Duitsland,
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J. de Jong van Lier,
tegen
1. V.O.F. [verweerster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [vestigingsplaats],
3. [verweerster 3] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/18/151950/HA ZA 14/305 van de rechtbank Noord-Nederland van 20 mei 2015 en 18 mei 2016;
-
het arrest in de zaak 200.197.644/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 februari 2019.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerders] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 13 november 2020.